Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< i°7 y

dit , en misfchien meerder, van de ccquitert en man» fuerude van den Raad hebban durven belooven.

Dan , ook dit gebeurde niet; de Vergadering van het Provintiaal Beftuur fcheide, zonder op mijne Memorie te hebben gedifpoueerd , en ik vernam naderhand , dat dezelve, om te dienen van Confideratien en Advis, gefteld was in handen van het Committé Provintiaal, en daar na vertelde men mij, dat dezelve in handen was van 's Lamla Advocaten.

Geduldig wagte ik den gehoopteh uitflag af, zijnde inmiddels door niemand gevraagd om nadere Elucidatien , of onderhouden over mijne zwaarigheden, en ik vernam niets van mijne geheele zaak, tot op de eerstvolgende Ordinaire Vergadering van het Provintiaal Beftuur, in de maand September jongstleden.

Zoo rasch dit vergaderen zoude, begaf ik mij naar 'sHage, om met den toenmaaligen Prefident van der sp ij ic over mijne zaaken te fpreekan, en deszelfs appui tot eene gunftige afdoening te verzoeken. Ik werd door denzelven met alle vriendelijkheid ontvangen, ik kreeg genoegzaamen tijd om vrij uit over mijne belangen'te fpreelcen, cn merkte al fpoedig, dat, fchoon alle hoop niet afgelheeden was, eevenwel de redenen van vreeze voor den uitflag vooral niet minder waaren. Jk vernam hier, van een Request van andere Predikanten, die mijne lotgenooten waren, om afdoening hunner zaak, en admitfie tot de Belofte, en, op het voorItel , of ik niet tot eene foortgelijke demarche kon beflaiten , antwoordc ik in fubftantie : dar., wat bet doen der Belofte betrof, ik niet noodig had admMie te verzoeken ; dat ik nooic het afleggen van dezelve geweigerd had; — en wat bet gaaf afleggen aanging, ciac ik de ziel en het eigen oogmerk der Belofte reekende te zijn , onelerwerping aan de Wetten van bet Beftuur en een ftil onoproerig gedrag, en dat ik deeze dragen gaarne gaaf belooven wilde; maar indien men door gaaf afleggen ve'rftondt het doen eener Belofte in termen en uitdrukkingen van zulk eene dubbelzinnige hereekenis, dat bijna elk daar aan een anderen zin hechte, dat ik dan nimmer, met eene goede confcientie, dezelve kon afleggen, zonder 'er bij te voegen in wat zin ik dezelve verftond ; — dat ik zeer wel begreep , dat men niet allerlei Verklaaringen kon laaten

gel-

Sluiten