Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«C 113 >

,, ik daar op in hunne handen de belofte deed, en m dan mijne fufpenfie of dimisfie opgeheeven wierdt: „ dan was mijne confcientie en de eer der Vergadering „ in zijn geheel. Konde de Heer vandhk spyk „ bewerken , dat dit de Apoftille op mijn Request ,, ware, eene, nu in zorg geftorte, maar eerlijke Fa„ milie, met zes ortfchuldig'e Kinderen, en eene blijdp Gemeente, zou zijnen invloed zeegenen.„ Ik verzoek Uwe goede poogingen, en zijn appui, ,, en ben —- enz." — Ingevolge van weiken brief het Request op den raden September is ingeleeverd. Ziet *aar, — Eerwaardige Medebroeder ! — mijne laatfle pooging , om, behoudens eene vrije confcientie , san U lieden, en aan de Gemeente, te worden weêrgefchonken : Maar ook deeze pooging hadt dat goed, dat fpoedig gevolg niet, waar op* men mij hadt doen boef en.

Het Provintiaal Beduur vondt goed , „ de voor„ noemde Requefte te Hellen in handen van het Pro„ vintiaal Committé , om daar op te gelijker tijd ,, met het uitbrengen van deszelfs Advis op het te „ vooren door mi] gemaakt Adres, te dienen van ., Confideratien en Advis;" — en de Vergadering fcheide weder , zonder dat mijne zaak afgedaan , en' aan her verlangen , zoo wel het Uwe als het mijne, voldaan was.

Omtrent drie maanden lang heb ik, zedert dien tijd, van mijne geheele ziak niet gehoord, — niemand heefc mij om uitlegging van iets , dat men duifter, — om ontknooping van het geen men raadzelachtig , — om' opheldering van het geen men onnaauwkeu'rig naderhand genoemd heefc, of gevraagd , of ontboden; en — ik dobberde al dien tijd tusfehen eene zomtijds flaauwelijk aanhechtende hoop, en eene fombere vieéz» over den uitflag, dien alles eindelijk hebben zoude.

De hartelijke wensch van veelen mijner lieve Gemeente, de zeekere overtuiging mijner Vrienden aangaande de oprechtheid van mijn hart, de zuiverheid mijner bedoelingen, de onberifpelijkheid mijner drijf* veeren, en de Rille poogingen, welke zommige hunner' (buiten mijn weeten) hebben aangewend, om dat alles ook in s Hage te doen erkennen , waren zeeker de' gronden , waar op niet weinigen mij een bliider uit» H ' koomsf

Sluiten