Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 116 >

volg mij te wagten, met voorzichtige befcheidenheid , voor menfchen, wier mond gladder is dan boter, maar wier harte krijg is.

In deeze onzeekerheid van vlottende gedachten bleef "ik echter begrijpen, dat ik op den zelfden voet meest voortgaan, en den'weg van geoorloofde tniddelen ter mijner herftelling volgen. Nieuwe en nadere AdresTen prefenteerde ik echter niet; ik had in mijne Memorie en het Request van 12 September mij zoo duidelijk verklaard, dat, indien men mij, naar mijne verklaaringen beoordeelen wilde , zulks mij meer dan genoegzaam fcheen. Dan , verneemende , dat het Provintiaal Beltuur tegen den 61en December laatstleden wederom vergaderen moest , fprak ik vooraf met den Prefident van hoogstraat en, zogt den'zelven van de zuiverheid mijner beginzelen re overtuigen , en verzogt zijn appui en medewerking voor eene gunftige afdoening tot blijdfehap van mij en ruste voor de Gemeente. De Prefident ontving mij met beleefdheid , behandelde mij met befchsidenheid, maar gaf weinig voedzel aan mijne hoop. Van dien tijd af liet ik dezelve geheel vaaren , en voorfpelde mij niets anders , dan eene ongunftige Refolutie. En , ongelukkig , heeft de uitkoomst mijn zwart voorgevoel bevestigd, want op den i2den December ontving ik, van mijnen Procureur, den volgenden Brief:

P. T.

., Gister ■avond' wierd ik in het zeekere geïnfor„ meerd , dat eergisteren (den oden Dec") bij het „ Provintiaal Beftuur van Holland de zaak van U „ Wel Eerw. ten uwen nadeele was afgedaan , —• „ dat men geperfifteerd heeft bij het declinatoir Advis ,, van het Committé Provintiaal. Ten uirerften on„ aangenaam was mij deeze nouvelle. Met verdriet „ fchrijf ik deeze, &c." „ — 's Hage , n Dec. „ 1796." —

Nadere legale kennis , het zij antwoord op mijne Doleantie, het zij Apoftille op mijne Requefte, het zij Extract uit de Decreeten, heb ik echter niec ontfangen.

Ziet

Sluiten