Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< "9 >

Op dat de geheele Gemeente weete, dat dezelve zuiver zijn en betaamelijk, verklaare ik op het plegtigfbe:

et. Dat ik geen zondig beklag doe over mijn lot, noch uit ontevredenheid over het Beftuur van Hem, die Hi mei en Aarde regeert, murmureeren wil tegen de wegen , door welke mij zijne Vaderlijke wijsheid verkiest te leiden. — ó! Mijne Broeders! ik heb niets van God te eifchen, ik gevoel niet alleen mijne veelvuldige gebreken als mensch, en de zondelijkheid, die mij alles onwaardig maakt, en alles goeds, wat ik geniet, als vrije genade doet erkennen; maar ik ben mij ■ook, met fchaamenden ootmoed , al te wel bewust van mijne veelvuldige te kort koomingen in mijnen dienst, dan dat ik God zou onrechtvaardig noemen, wanneer Hij mij van zijn heiligdom wilde weeren. Ook heb ik, in den loop mijnes leevens, in meenigerlei weg, al te duidelijk ondervonden , dat het mij goed was verdrukt geweest te zijn ; liefde die kaftijdt, liefde die vertroost, liefde die vergoedt, verdient zeeker niet, dat het Schepzel over zijnen Schepper, en het Kind over zijnen Vader klaagen zoude. Wat Gods hand is, dat aanbid ik met onderwerping, dat lijde ik met verdraagzaamheid, en ik heb maar ééne bede, naamelijk, dat God mij verneedere onder zijne krachtige hand, verzeekerd , dat hij mij verhoogen zal op zijnen tijd, en dat, hoe ook Gods weg weezen mooge, de uitkoomst rijk zal zijn in dankftof, terwijl ik, ondertusfehen, de troostrijkheid onderviade van joannes leering, Ep. i. C. 3 vs. 11. Indien ons hart ons riet veroordeelt, zo hebben wij vrijmoedigheid tot God.

0. Eeven weinig heeft mijn Adres aan deeze Vergadering ten doel, de broederlijke liefde jegens iemand, en bijzonder jegens mijne Amptgenooten, tekwetzen. als of ik hun Eerw. hunne denkwijze over, cn gedrag bij, de Belofte zou willen carpccrcn , en zoo veel hefchuldigen als ik de mijne veideedigde. Neen, Broeders! zoo is mijn hart niet, en zoo heb ik christus niet geleerd: Waarom zou de Staatkunde de éénige weetenfehap zijn, die men niet, eeven verftandig, uk verfchillende oogpunten kon bezien? waar in men niet, met dezelfde eerlijkheid en gemoedelijkheid veifchillcn konde? IkbcD yerzeekerd, dat, indien mijne Cylle^en

H 4 Sfc

Sluiten