Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 120 y

dezelfde zwaarigheden gezien of gevoeld hadden als ik, zij eeven weinig, als ik, zouden geaarfeld hebben hunne meening te leclareeren , en hun Eerw. zullen zich eeven eens overtuigd houden, dat, indien ik het eeven gemaklijk gevonden hadt als hun Eerw. ik mij gewis niet aan fmaad, fchade, en (het geen mij zwaarder valt dan al het overige) aan de oplchorfing mijner Euangelie-bediening, die de lust mijnes leevens was, zou hebben bloot gefield. Hebt uwe vrijheid volkoomen, mijne Broedt rs 1 hebt het getuigenis uwer confcientien vrij en onbezoedeld , en uwe eer en roem van oprechtheid en eerlijkheid zij — wat mij betreft, —• ongefchonden, want gij volgdet uw licht en uwe overtuiging, — Manr, wat mij aangaat, voor mij z el ven, indien ik de termen der Belofte inzag als Onduidelijk en vatbaar voor eene dubbele uitlegging, — en indien ik oo*deelde, dat niemand in gemoede eene dubbelzinnige verkiaaring doen mag zonder 'er bij te verklaaren, hoe hij die doet. — Laat het dan eene dwaaling zijn , het is toch eene dwaaüng, die onfcbadelijk is voor bet Vaderland , onfcbadelijk voor uwe eerlijkheid , — maar, als ik, ■— met dat inzicht, met die overtuiging, eevenwel, tegen mijne confcientie, die Bélöfce, zonder verklaaring, deedt, zou ik dan ook nog — oordeelt zelve — een eerlijk, een geloofwaardig, een verdraaglijk man zijn?

Indien ik dan mijne denkwijze met redenen bekleede, het is niet om U Eerw. te bcfchuldigen, maar om te toonen, aan den eenen kant, dat ik niet los te werk ging, en dat ik gronden meende te hebben voor mijne overtuiging, en, aan den anderen kant, om tastbaar te doen zien , dat die redenen zoodanig waaren , dar. zij zonder gevaar voor de rust der Maatfchappijzijn, en ik dus, niet zonder grond, mij over de to'pasftng van do poenale fancie , bij het Deereer van 5 April, tegen de -weigerachtige gefbitueerd, op mijnen perfoon, beklaage.

y. Ook verdenke mij niemand , als of ik , met al het tot dus verre gepofeerde (zoo aangaande de -onbillijkheid van alle Politieke Remotien van Leeraaren, van welke gezindheid ook, en onder -welke, Conftitutie ; — als aangaande de gegronde redenen van Doleantie over mijne Remotie in het bijzonder) —

Sluiten