Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 121 >

eenige daadelijke ongehoorzaamheid zou willen too nen aan de Refolutien, Decreeten en Inrerdictien van het Gouvernement, — of 'et dit mede zou willen zeggen, dat ik, — bongrè, malg*ê , — en in weerwil van dezelve , zou meener. gerechtigd te zijn tot het daadelijk waarneemen der openlijke functien mijnes j eeraaiampis, welke mij door de Politie zijn

fein.erdiceerd. — Iemand , aie het oogmerk mijner )eductie op die wijze verdraaien wilde, zou mij het groötlte onrecht doen , en ik protefteer vooraf ten plegtrgften tegen alle infimulatien dien aangaande. Hoe Zotfde ik refractair, ongehoorzaam of oproeri» zijn V daar ik zoo dikwils herhaald heb bereid te zijn tot het belooven en houden eener lijdelijks onderwerping aan alle de bevelen der geenen , die de Politiexe magt in handen hebben, en mij nimmer te wiHen fchuldig maaken aan eenige handelingen , die de rnsr, d'e orde, en de welvoeglijkheid in de Maatfchappij veritoorcn , en van een zorgelijk voorbeeld voor anderen weezen zouden ? Neen , mijne Broeders ! daar is in mijnen Bijbel een voorbeeld , dat mijne volkoomene denkwijze in dit ftuk zal ophelderen. j)e Profeet amos vervulde, op Godlijken last, zijne bediening aan het tienftammig Israël, maar amazia, de Pritfter van het bijgeloovig en beeldendienend Bethel, bragr hem in de ongegronde verdenking van oproerig prediken, en interdiceerde hem, m naam des Konings, de waarneeming zijner functien : ,, Gij* ziender! 'zeide hij) gaa weg, vlied in „ bet land van Ju la , en eet aldaar brood, en pro„ fêteer aldaar ; maar te Betbei zUit Gij voortaan „ met meer profeteeren ; ipant dat is els Konings „ bethgdom en het huis des Koningrijkst Amos 7: 11, 12. — En met wat gevolg? — Hielde hij na op een Profeet te zijn, en, van Gods wege, betrekking te hebben op Israël ? — Zeeker neen : dit hem te ontneemen was boven alle fterfTjk vermoogen.

Maar , bleef hij dan ook te Bethel prediken ?' ~ Dit eeven weinig, hij was lijdelijk gehoorzaam, en profeteerde bij den Stam van Juda, waar hem zulks niet verboden was. — Ziet daar ook m'jne denkwijze , het_ éénig onderfcheid tusfchen amos en mjj is, dat Hij, op Gods onmidlijken last, aan amazia H s wraak

Sluiten