Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r< 123 >

hebt geo:ff>nd te zijn, en voor de geheele Gemeente vo r^eeitieü te wez< n van onderdanigheid aan alle mnjohlijkt ordening, om des H E EREN wille. "~,-.Uu lk' ~ zou en ü Eerw.-, - eenige haatebjkheid re vreezen hebben van de Geconftitueerde M.gten, indien deeze Vergadering zich mijner aantrok , en mijne belangen met befcheiden ernst ver-' deedigde ? Ook hier voor kan geene vreeze zijn. Of, zouden zij onverfchillig zij:- willen over het belang der Vrijheid , om onze belangen in te brengen btj de geenen, aan welke de publieke magt is toever» u n'yl'-r" ontferfcll,lli'ï op fnn eigen roem van naar billijkheid te handelen, en de bezwaaren van verftand en hart, die voor de Maatfchappij volftrekt onfchadehjk , en voor het Gouvernemenc voldoende zijn, door de Belofte van onderwerping en filheid, niet te verwarren met oproerige desfeinen , die voor de rust c welvaart van alle Maatfchappijen verderflijk zijn 5 —■ onverfchillig voor het beil van Familien, en van geheele Gemeentens? - onverfchillig, eindelijk, voor de bewijzen van waare en deugdzaame Broederfchap, die zich over den welftand eenes Broeders bekommert, en niet rust, voor dat het welzijn van Elk Individu, het geen het waare welzijn van bet algemeen is, bevoorderd en beveiligd zij. Dat dan (en ik heb hier 7-°cI ? °?der mi]'ne Broederen , geen fchroom) de liefdeloosheid zich niec ontzette voor een ingebeeld fpookzel ; veel eer zal elk eerlijk man, van*welke denkwijze ook , Uwen roem verheffen, naar maate Uwe hefde, Uwe braafheid , en Uwe cordaatheid, grooter is, en de God der liefde woont daar mer zeegen, waar men zijn gebod betracht: Ziet niet alleen op het geen bet uwe , maar ook op bet geene eenes anderen is.

Ik althands, — mijne Broederen! — heb zelfs van een Oofterfchen Koning geleerd , het geen dan alchands in eene vrije Republiek niet minder waar i«, als de geest des Heerfchers tegen u oprijst , zo verlaat uwe plaatze niet , Pred. 10: 4. lk heb van een Luangehe - dienaar , bij wien ik niet te vergelijken ben , van den Apoftel paulus, geleerd, dat de onderwerping aan God en de zeediuheid , welke oe U. bediening vordert, niet verbiedt zich met

*1-

Sluiten