Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 129 J»

konde, om, zonder fchaamrood te worden voor God of Menfchen, aan den dienst des Heiligdoms te moogen wederggfchonken zijn. Doch, tot mijne fmerte, ajjnalle mijne poogingen vruchteloos geweest; en, het zij ik mij niet duidelijk genoeg heb weeten uit te drukken; het zij men mij niet konde of meende te verftaan, het zij eenige mij onbekende , of bekende, krachten mij tegenwerkten; het zij om eenige andere reden; ik vond den weg voor mij toegemuurd; mijne wenfchent bleeven onvervuld, en (zoo verre ik zien kan) heb ik yolkoomcn gedefungeerd , en aan mijne verpligtinger» jegens mijne Gemeente, zoo veel ik konde, voldaan.

Maar wie ben ik bij ulieden, — Eerwaardige Vaders en Broeders 1 — Wat voor mij ondoenlijk was, is moogelijk voor u een gemaklijk werk; aan » gelukt misfchien, wat aan mij ontfchoot, en de Zegen + dien ik moest misfen, ftroomt veelligt over uwe vereenigde en Chriftelijke poogingen. « Verëenigt dan Uwe poogingen, — Mannen mijnfr waardigheid ! Medeouderlingen ! en Vaders onzer Armen ! — verëeoigt U , dm mij , — echter eeven eerlijk als zij mij verloor, —• aan onze gemeenfchaptijke Kudde te doen wedergeeven. Uwe wijsheid -zal de middelen vinden , Uwe veréénigde krachter» daar aan fterkte geeven, Uwe liefde die 'doen eerbiedigen , en Uwe ftandvaftigheid die doen gelukken. Ruimt de zwaarigheden door Uwe duidelijkheid op, doet aan den Raad der Gemeente , en aan het Provintiaal Beftuur, de eerlijkheid mijner doelwitten kennen , beduidt hun , dat onderwerping en ftilbeU voldoende zijn voor de rust der Maatfchappij; dac geene Partijfchip mij beftuurde , maar dat ik de termen der belofte , en de wijze van aflegging, befchouwd heb, geheel onaf bangelijk van mijne opinien en denkwijze over den beften Regeeringsvorm, waar 'omtrend ik geoordeeld heb , bij dit geheele ftuk mij 'niet te moeten, of ook te moogen verklaaren , of eenige Staatkundige Belijdenis af te leggen. Dat de kiesheid om niet dubbelzinnig te zijn het vertrouwen op mijne eerlijkheid vergrooten moest; dat Politieke Geloofs-Beiijdenisfen tegen mijn hart mij, zelfs in het oog der Geconftitueerde Magren , verachtelijk maaken zouden ; wijst hun , dat ik niets zegge, dan I mi$

Sluiten