Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel niet aangaat. Eevenwel, feïj aldien men, „ dezelve befchouwende als eene vernieuwing van de „ Belofte van onderwerping, reeds bevat in den „ Eed , dien wij gedaan hebben , van ons afvergt,

dan zijn wij bereid denzelven te doen , na dat wij „ bet voorfchreevene gedeclareerd hebben.

„ Onze beweegredenen zijn zuiver. Wij weeten,

het is waar, dat het in het bijzonder aan Dienaaren

van Jefus Chriltus opgelegd is, bekleed te zijn met ,, die wijsheid , welke befcheiden , gezeglijk is , en „ niet veele zwaarigheden maakt, maar wij weeten „ ook , dat zij, meer dan alle anderen , oplettend

moeten zijn , om een goed geweten voor God en „ voor de Menfchen te bewaaren."

Welk Declaratoir, dat aan het verlicht oordeel en het godvruchtig hart deezer Leeraaren zoo veel eer aandoet, insgelijks gunftig is aangenoomen, en hunne Gemeente verblijdt zich nog , met dankzegging aan God , in den Euangeliediensc hunner waardige en ge» liefde Voorgangers.

Deeze twee voorbeelden , waar bij ligt nog verfcheidene andere te voegen waren, zullen hier genoeg zijn. Niet, dat ik deeze mijne Broederen, niet dat ik hunne Gemeentens het geluk benijde, het welk God, de Beftuurder der harten, dezelve verleend heeft; in tegendeel, niet alleen heb ik, maar ieder eerlijk, weldenkend , braaf Vaderlander en Chriften , (van wat denkwijze ook) heefc zich met blijdfchap verwonderd over, en den fchuldigen roem gegeeven aan de eerlijke afleggers, zoo wel als de braave cordaatheid en roe-* geevenheid der afneemers van de gevorderde Belofte : Maar, vergelijkt men nu deeze Verklaaringen met mijn eenvouwig Declaratoir , „ dat ik de Belofte deed in „ dien zin, dat ik mij niet verbond tot iets ftrijdigs met

het geen door den tegenwoordigen Regeeringsvorm „ erkend is als het onvervreemdbaar recht van het Volk „ en van eiken Burger , bij derzelver eigene Publica„ tien of, zoo als ik mij naderhand verfcheidene maaien heb uitgedrukt, ,, dat ik bereid ben de Belofte „ te doen, conform de eigene Publicatien van het te„ genwoordig Beftuur," en bedenkt men den daarbij, dat ik, om dat Declaratoir, aanftonds van mijnen dienst ontzet ben , en nu reeds zes maanden lang

vruch-

Sluiten