Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

h< 144 >

kan men , in billijkheid, meerder vergen ? Wat is 'er meerder noodig voor de Maatfchappelijke zeekerheid? — Maar moet ik dat doen in zulke termen (zonder dat ik ze in den gemelden genoegzaamen zin Verklaaren mag) waar door ik zou fchijnen te vkrvrsemden het recht, dat mij, als Burger, toe» koomt, om ten allen tijde mijne bezwaaren , decentelijk , te moogen inbrengen ; om mijne gedachten en gevoelens, zonder oproerigheid, aan anderen te moogen openhaaren, bet zij door de drukpers of op eenige andere wijze ; en om zoodanige veranderingen en verbeteringen, met alle difcretie, en ondergefchikc aan den wensch der Natie , in den Regeeringsvorm voor te ftellen (\niet feitelijk door te dringen) als ik in tijd en wijle nuttig en heilzaam mogt oordeelen; dan zeg ik, dat zulk eene Belofte zou ftrijdig zijn (en daarom ongeoorloofd wezen) met de Vrijheid, die mij als Burger toekoomr , en met A.it. 1,4, 17 •en 19 van de Publicatie van 31 Jan. 1795, waar bij aan het Volk , en aan eiken Burger deeze rechten als o n v er vreemd baar zijn toegekend , en dat dit dus nooir de intentie zijn kan van eene Belofte , die onderwerping aan den tegenwoordigen Regeeringsvorm verfprc jkt. — En eindelijk , wanneer men mij de Belofte vergt in termen , die men (zonder eene verklaanng) kan uitleggen als eene ingewikkelde confesfio fidei , en eene belijdenis mijner bijzondere opnien zoo over den aart en grondflag der tegenwoordige , als den aart en vernietiging der voorige Conftitutie; dan houde ik mij onverpligt en voor het wel.zijn des Vaderlands nutteloos, mij daar omtrend te verklaaren : ik beweer de vrijheid mijner confcientie, ik erken mij voor den God des Hemels alleen verantwoordelijk over mijne gedachten, en geene Regeering in de weereld bevoegd, om mij te beoordeel en in de gevoelens van mijn hart, zo» lang ik dezelve niet openbaare door daaden, die ftrijdig zijn tegen de Wetten.

Ziet daar, — mijne Broeders! — den vvaaren zin van mijn Declaratoir , ziet daar de oprechte meening van mijn hart, welke ik, in alle de ingeleverde ftukken zoo duidelijk meen verklaard te hebben, dat elk, die dezelve, onbevooroordeeld, geleezen heeft, mij genoegzaam verftaan zal, indien hij mij verftaan wil; en

ik

Sluiten