Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< i54 y

goed recht te erkennen blijf ik dus, zonder iemands prasjuditie, vorderen. — Maar van dat recht daadelijk gebruik te willen maaken , zoo lang de Pelitieke Remotie niet is ingetrokken , zou zoo ftrijdig zijn met mijne gedeclareerde principes en herhaalde verklaaringen , als met de goede orde, waar van ik altoos een Voorftander was en blijven wil. Zoo rasch dus deeze Vergadering, bij mijne erkentenis, voegt , gelijk ik boven in mijnen eiscb. zelve verzogt heb: ,. zoo ech„ ter, dat ik, zonder geoordeeld te worden daar door „ mij aan pligtverzuitn fchuldig te maaken , of mijne „ Kerkelijke Rechten te verliezen, mij van de daade„ lijkt waarneeming mijner Bediening in deeze Ge„ meente , en van het bijwoonen der Vergaderingen „ zal onthouden , tot dat , ten aanzien mijner Poli„ tieke interdictie of dimisfie , gunftiger zal wezen „ gedifponeerd;" en zoo rasch ik, gelijk ik mits deeze doe , falvd Proteflatione , mij daar aan Pasfive verklaare te onder-werpen ; dan zal bij elk onbevooroordeelde , geene verdenking van daadelijke wederftreeving of ongehoorzaamheid tegen de befluiten van Lands- en Stads-beftuuring kunnen overblijven. 2.) Een ander prjepareerend middel is , door alle moogelijke wegen , te werken ter uitroeijing van allerlei vooroordeelen, welke, door konftenaarij gekweekt , de vervulling onzer gemeenfchappelijke wenfchen zouden kunnen tegenwerken.

Ginds noemt de verwaandheid alles , wat van haar durft verfchillen, hoogmoed, elders noemt de baatzucht partijdigheid het geen haar in den weg is, de ongodsdienftigheid hiet dweeperij, de lafter oproerigheid, en de valsheid, die altoos eens anders hart naar zich zelf beoordeelt, intrigue, het geen bij den oprechtften en welmeenendften man het refultaat is van ernftig nadenken , van een welwikkend oordeel en van eene onverkrachte Confcientie , en de kortzichtigheid reekent zich al rasch beleedigd, door alles wat niet ftipt haare denkbeelden volgt. Mij ook, hoe groot het getal mijner Vrienden en Weigunners is, ontbreekt het niet aan beoordeelaars, die mij niet kennen, aan partijdigen , die mij miskennen , aan ligtgeloovige verdenkers en aan woord- en oogmerk - verdraaijende

lafter-

Sluiten