Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

% i68 y

den VOöngen Regeeringsvorm mijne denkwijze mon„ deling en fchrifrelijk aan den dag gelegd." ~ Die was toen geene misdaad , want toen mogt men zoo fpreeken , toen had ik aan dien Regeeringsvorm getrouwheid gezwooren, toen behoorde zoo 'te fpreeken tot den eerbied voor de Geconftitueerde Magten, en het Itondt mij toen eeven zoo vrij, ais het nu eenen anderen is voor de tegenwoordige orde van zaaken te fpreeken, te prediken of te fchrijven; ook kan dit nu geene misdaad zijn, want geene Wet heeft eene te rug werkende kracht; het was geheel iets anders, indien 3k nu zoo /prak en fchreef, en de les van salomq vergat : 'Er is een ttj'd om te zwijgen en een tijd om te fpreeken, Pred. 3: 7. — „ Ja maar, ik denk nog ,, zpo. — Daar omtrend ben ik ongehouden belijdenis af te leggen; niet mijne denkwijze, maar mijne daaden ftaan onder het gezag der Wetten , en mijn Declaratoir is niet gegrond op mijne denkwijze, maat pp de Wetten van het tegenwoordig Beftuur. Maar, ten ergften genoomen, indien ik dit erkennen -wilde, zou daar in dan nog een misdaad , of eene reden tot mijne Remotie zijn ? is het niet een grondwet , dat elk braaf, eerlijk burger, van welke Staatkundige denkbeelden ook , gelijke Rechten heeft ? hebben de Revolutionaire Voorlfanders der Conftitutie niet dikwils beweerd , en , met het hoogfte recht beweerd, dat een eerlijk man , die vast bleef aan zijne principes, veel meer te vertrouwen en min gevaarlijk was, dan een laag Eigen - belangzoeker , die de huik naar den wind fchuift, en eigenlijk in het geheel geen principes heeft, dan zijn Egoifmus ? En wat eischt het .beftuur ? _ „ Dat de Geeftelijkén, zo zij den voorigen „ Kegeenngsvorm mogten toegedaan zijn , daar van „ een diep ftiizwijgen zuilen moeten houden," in de aanfehrijving der Provif. Repref. van het Volk van Holland in dato 16 Junij 1795. Heb ik dat geweigerd V Het Provintiaal Beftuur vordert onderwerping, en ik beloof het; men eischt laften, cn ik draag ze , naar ecvenredigheid van mijn vermoogen , zelfs die welke mij bezwaarlijk zijn; men wil,'dat ik mii ftil, onoproerig gedraagen , in geene combullien mii mengen dezelve, waar ik kan, keer en zal, ook die neem ik aan. Wien fchaadt dan mijne denkwijze,

hot;-

Sluiten