Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoedaanig d'e ook zij ? Zeeker is het, dat onder da voorige Conftitutie een disfendeerend Medeburger» die al het voorgemelde deedt, en van al het hier afgekeurde zich onthieldt, altoos voor een braaf en ioilijk Lid der Maatfchappij erkend is, dat aan zulk eenen nooit zijn Post, met verlies van eer en voordeel, is ontnoomen , maar dat de zoodaanige in tegendeel befchermd, geholpen, gebeneficcerd, en zomtijds zelfs aan voorftanders der toenmaalige orde van zaaken zijn voorgetrokken en geprsefereerd geweest. Met één woord , welke ook mijne Politieke denkwijze z>j, waar omtrend ik, naar de gronden van het tegenwoordig Beftuur, geene belijdenis behoef af te leggen, zij is ten minften nooit oproerig geweest, en zij is het nog niet. — Toen en nu , voor en na de Revolutie, heb ik nooit in opftand geweest tegen die het Bewind jn handen hadden, en nooit 'er iemand anders toe aangezet, maar orde, wet en recht heb ik altoos getracht ie helpen maintineeren. Onbroederlijk voor anders denkende is mijne denkwijze ook niet geweest, de voorbeelden zijn voorhanden , doch ik wil niemand iets verwijten; zeeker alleen is het, dat het niet opheffen mijner Remotie, na zoo veele en genoegzaame elucidatien , niet naar verdienften is, het zij ex con» gruo, het zij ex condigno.

ó.) Een vierde ftrooier van verdenkingen nam eene godsdienftiger houding aan , en beduide aan min doorzichtigen , dat ik, door mij aan de Remotie bloot te ftellen , mij fchuldig mankte aan liefdeloosheid jegens , en belangeloosheid voor den welftand van de Gemeente. Ik beken, dat, indien eene fchijnreden in ftaat zou geweest zijn om mij te doen aarzelen , het deeze alleen was , zoo lang ik dezelve oppervlakkig befchouwde en niet dieper hadt doorgedacht. Maar, wat'zou niet al kunnen gedaan of gelaaten worden, het geen niet behoorde gedaan of gelaaten te zijn, bij aldien men deezen reegel, becijferd naar onze kortzichtigheid, zoo onbepaald drukken wilde! Mijne Gemeente is mij lief, zoo waaren mij alle mijna voorige Gemeentens , en ik ook zelve heb nimmer reden gehad tot het verwijt, dat paulus aan de L s Ce»

Sluiten