Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 3 >

fchuldigd aan mijne waardige Amptgenooten en den grooten Kerkenraad , die , zoo voorbeeldig , en ter befchaaming van alle anderen, mijne zaaken ter hand genoomen, de onderlinge betrekkingen erkend, de banden vafter toegeknoopt, en, door eene ijverige en onvermoeid werkzaame Commisfie , alle mijne poogingen vergezeld en ten laatften toe onderfteund en bekrachtigd hebben. En hoe zou ik de liefde, de trouw, de hulp mijner Broederen, die met mijne tegenfpoeden zoo chriftelijk gemeenfchap gehad hebben, ontrekken moogen aan de kennis der weereld, waar, meer dan ooit , de broederliefde zeldzaam is (fratrum quoque gratia rara'). Aan U ook, was ik dit fchuldig, liefdraagende Gemeente! Aan U, die, bij zoo veele duizenden, uwe ftemmen verheft hebt om mij te helpen; Aan U, onder welke ik met zoo veele liefde heb gearbeid , van welker meeften, hoe verfchillende ook in ftaatkundige denkwijze, ik zoo veele bewijzen van achting heb genooten; onder welke mijn dienst aangenaam , en, zelfs veel meer dan ik wist, gezeegend is geweest, waar van zoo meenig bewijs, door mij, na mijne Remotie, ontdekt, mij tot vertroofting der ziele geweest is, en tot dankftof aan den eeuwiggezeegenden Heiland, die het woord zijner Knechten nog niet ledig doet wederkeeren , in weerwil van de ligtzinnigheid, de fpotlust, en het eigenwijs ongeloof onzer tijdenAan U moest ik de openlijke bewijzen geeven , dat ik de luiheid niet beminde, de rust en leedigheid niet zocht, rr.aar bij alk moogelijke geleegenheid de middelen beproefd heb, om, met eene vrije en gerufte Confcientie aan uwe zaligheid te arbeiden in den Herderlijken post, waar toe ik ónder u, voor bijna negen Jaaren, met zoo veele kennelijke wenken der Voorzienigheid, beroepen was. — Want, hoe onaangenaam , in veele andere opzichten, mijn lot ook voor mij was, niets was mij tot grootere droefheid, niets voor mijn hart tot eene meer geduurige fmarte (Rom. y: i*.) dan dat ik, zoo veele maanden lang, niet meer, gelijk ik plagt, beenen sring onder de fcbaare, en met haar trad naar Gods 'buis , om zijne gerechtigheid te vermelden en zijne wonderen te verkondigen in de groote Gemeente. (Pr. 40:10. 42:51. 71:16,17.)

A a Eh>

Sluiten