Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 4 >

Eindelijk was ook de openlijke uitgaave mijner Stukken voltrekt noodzaalcelijk, o:u te bewijzen, dat ik, fbndvaftig in mijne eerlijke beginzelen , mij zeiven gelijk bleef ten aanzien van her oogmerk en den zin van mijn Üeclaiatoir, en dat mijne laatere Veizoeken en Adrcsfen oveveenkoomftig waren met mijne vOoriga Verklaaringen, Wien 'er al aan gelegen lag, om te Vérfpreiden, dat ik mij zelven ongelijk wa«, weet ik niet; daf. men dit reeds mompelde in de maand Srpt. 1796, maar dat door mijne uitgegeevene Deductie de mond gefnoerd is, weet men uit dezelve, p.g, 107 — na en 171—17.3; dat men dit in de maand juni;, en nu in December wederom, bij form van oorblaazing, over de hand gaf, en dat dit ook wel eens, in vertrouwen , gtfchied is door zul en , die dit geheel tiiet pajie, weet ik meer dan mij lief is; doch Heden van dien kwaad-zaaienden ftempel zijn niet waardig, darmen zich op hen vertoornt, of zich met hen 1 phouir. Maar toen (ik weet niet door welk eenen woord-verdraaier) in dezelfde maand jfunij, door verfcheidene Couranten alom verfpreid wirdt, dat ik de Belofte, B. die ik te vooren gkwpigehd had, nu aanbood gaaf af te leggen, veranderde dé zaak eenigzints van gedaante. — fSiooit (al'te mijne ingeleeverde ftukken bewijzen dit) heb ik geweigerd de Belofte af te leggen, nooit heb ik dezelve gereftringttrd, maar ik heb verklaard , conform de Publicatien , wat ik, door het afleggen der Belofte , aan de iViaatfchappij beloofde. Die was conform de gronden van het beftuur, dit was volkoomen voldoende voor de fecureteir. aangaande mijn gedrag, dit was alles wat men vergen mogt en konde. Op depzen grond rufte mijn Protest aan den Raad, mijne Doleantie bij het i'rovinrinal Beftuur, en al'e mijne klagten over geleeden onrecht en mijne poogirigen tot herftel. Indien ik nu ooit mijn Declaratoir te rug nam, indien ik ooit éénen ftap deed, die de onverdiende Remotie door den Raad billijkte, zou ik dan niet mijn Protest illufoir gemaakt, zou ik niet toegeftemi hebben, dat ik weigering of re/erve bedoeld, en ter kwaader trouw gehandeld had? mee een woord, zou ik mij zelven niet veroordeeld, met san dubbelhartigheid fchuldig verklaard en de wettigheid mijner Remotie erkend' hebben? — Neen, roet

in-

Sluiten