Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< io >

„ trouwen, het geen mij de eerlijkheid, de trouwen „ vriendfchap der Leden van deeze Vergadering en „ hunne eenpaarige zucht voor het nur en den vrede „ onzer Gemeente, inboezemt. Ik verfchijn hier eehter niet zoo zeer in de hoedaanigheid , welke ik „ voorrcaals had, en Kerkelijk wettig nog niet iufti„ neer veilooren te hebben, te weeten als Lid deezer „ Vergadering, gerechtigd om over de zaaken aan„ gaande den welftand der Gemeente, neevens U re „ advifeeren, te deiibereeren en te concludeeren. Ik „ verfchijn (herzeg ik) tbands tot die oogmerken „ niet. —^ Het is wel zoo, dat mijne Bediening merè „ Kerke/ijk is, en mijne betrekking op de Gemeente „ en deeze Vergadering uit dien hoofde ook zuiver „ Kerkelijk is , en dat deeze Kerkelijke betrekking „ door geene Politieke di/po/ftie, als zoodaanig, kan verbrooken worden, en dat ik derhalven nooit zal of mag ophouden mij zelven te befchouwen als „ kerkelijk wettig Leeraar deezer Gemeente en „ Lid van deeze en alle andere Kerkelijke Vergaderin„ gen, waar in ik ooit te vooren, in naam dier Ge„ meente, zitting had: Mijne roeping was wettig, en „ mits dien van God zelven ; zijne genade bewaarde „ mij voor het bedektelijk invoeren van verderffjke „ ketterijen en voor zodaanige openbaare ergernisfen, 3, waar door ik naar den regel van Gods woord en „ der vastgeftelde Kerkenorde, zou moeten geweerd worden van het bedienen der H. dingen ; de Ge„ meente zelve, in wier naam mij deeze Vergadering #, Beroepen heeft, toonde, zints mijn ongeluk, dat zij „ haare betrekking op mij als haaren wettigen Leeraar „ bleef gevoelen en wilde erkennen, en ik erken haar eeven zeer voor mijne wettige Gemeente , en ver. „ laat mijne plaatfe niet: — en hier in kan geene „ difpofitie van eenige Burgerlijke Magt, onder welke „ Conftitutie ook, eenige verandering maaken. Maar eeven waar is het, aan den anderen kant, dat die „ zelfde Politieke difpofitie mij wel verhinderen kan „ (behoudens mijn billijk Protest, en onverminderd „ mijne Kerkelijke rechten) in de daadelijke uitoeffe9» ning van mijnen post en het werkelijk genot van die „ wettige rechten, door eene daad van magt, waar s> tegen ik mij niet feite/ijk verzetten mag, zonder te

„ kun-

Sluiten