Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 49

„ een Man, — die Fchrgenoot en Vader !s, — niet ,, allen ijver her. maatig ituk oroods, dat hem Wettig „ toekoomt, en dat niet alleen aan Hem , — maar „ aan eene onfchuldige Vrouw én vijf onnoozele ,, Kinderen , — onrnoornen is , op billijke gronden ,. te rug vraagt van hun, in wier handen het algemeen „ welzijn der Burgeren is aanbetrouwd , en die , — „ door flechrs éénën wenk der billijkheid, den Zee„ gen van een gansch Huisgezin niet alleen, — maar „ van eene geheele Gemeente, die uit zoo veele „ duizenden beftaat, — verwerven kunnen : — In,, dien dit alk-s onberwistbaare waarheden zijn , die ,, haare kracht doen gevoelen op alle rechtfchaapene „ batten ; dan kunnen or.mooglijk de Leden deezer ,, Verg-idenng kwalijk neemen, dat de Onderget. nog ,, fié e iaatfte. maar ernfh'ge, poogïng doet, om, — „ met al'e b^fcbeiilenbeid , welke hij altóós oordeelt „ aan de geconltüueerde Magten verfchuldigd te zijn 4 "„ fliaar te gelijk met alle de cordaate vrijmoedigheid „ van een. n vrijgenooren Hollander, eene gunftige „ afdoening te verzoeken van die grieven, welke Hij „ reeds, zoo lang bij deeze Verga lering heeft voor,, gefield . waar van Hij her goed recht reeds in zoo ,, veele Mcmorien en Stukken meent te hebben beweezen, — en in welk verzoek Hij, op aandrang „ van meer dan acht duizend Leden zijner Ge„ meente , door geheel zijnen Kerkenraad is onder„ Heund, wier aanzoek bij Olieden, door de fncces„ Hve Requeften van vee: meer dan Vijf duizend ,, Ledemanren , aan Uwe Vergadering geprefenteerd t reeds voor1 drie maanden is bekrachtigd. ,, Schreef voorheen de Burger pietee Paulus* „ toen Hij van zijnen Post, als Advocaat-Fiscaal ,, der Admiraliteit op'de Maaze, verbaten was, in „ eene Aanbraak aan den Raad , welke in de Jaar„ boeken van Maart 178.8 te leezen ftaat, deeze op„ merkelijke wdorden:

„ „ Ik heb gemeend bier omtrend niet te moeren „ „ ftil zitten. Ik ben ftfrfliifc Ik ben getrouwd. „ ,, Ik heb Familie, en ik wenfche mijne eer en ,, „ goeden naam onbevlekt ten grave te draagen; 3, F.17, daar ik mij. aan der eenen kant, verzec* n „ kerd houde, dat deeze teffens de gevoelens zijn

I) „ „ VMt

Sluiten