Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 7i >

eenen Remonflrantfcben Dichter, fchuilende onder den naam van faustus andrelius, uitgegeeven, in Het febilt der verdruckter gbemoederen, A°. 1620, en dat immers zoo veel op mijne omftandigheden, als toen op de hunne, toepasfelijk was.

„ Verdrijft het uit u, hfer ijet

„ Dat anders wil als God ghebiedt:

„ En wil niet anders dan God wil,

„ Soo lijdt ghij willicli, wel en ftil.

„ Een hert, dat willich lijdt, is êel,

„ 'T liet Hechts waerom, en niet hoe veel:

„ En of'c niet wilt waerom 't verdroeg!],

„ Godts wil waer' hem waeroms ghenoech."

Of, het geen, op den zelfden zaakelijken zin, door een hedendaagfehen, algemeen beroemden , Dichter gezegd is

„ Wat zullen wij doen ?

„ Zwijgen , bukken, God verbeiden; „ Volgen waar hij ons wil leiden : „ S'eiinen op zijn trouw en magt, „ Pfalmen zingen in den nagt: „ Hooren , wac ons God wil leeren, „ Zijn bevel met daaden eeren , ,, En, voor de uitkomst willig blind, „ Stil zijn als 't gefpeendc kind, „ Warsch zijn van bet angftig zorgen „ Voor den naderenden morgen; „ Bij bet kwaad, dat ons ontmoet, „ Steeds gelooven : „ God ls goed „ Biddend waake*-, moedig (lojtien, „ Nedrig wagten, hoopend lijden; „ Vrolijk zijn met ftil ontzag; „ Zijn de ies/en van den dag"

Intusfchen gebeurde 'er iets , het geen mij nieuwe fiingeringen veroirzaakte, en, bij den afloop, nieuwe bewijzen van de onveranderlijke broederliefde der Commisfie en van den geheelen Grooten Kerkenraad, en , eeven daar door, nieuwe ftof van vertroofting in mijne ongelukken verfchafce.

E 4 &e»*

Sluiten