Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r< 74 >

delijk overleg meende wenken aan te treffen , dat god mij uit zijnen dienst nog niet verftooten wilde; ik gevoelde wel de banden , welke mij aan de Rotterdamfche Gemeente bonden, maar het ongezogte en ernftige der Roepftem van Feemvouden, waar van ik echter gewigtige bedenkelijkheden voor mij zelven niet ontveinzen kon, deedt mij tobben. Ik vreesde voor de zonde van jona. Met één woord, mijn hart was met zich zelven onééns; van twee kanten gedrongen, was ik zelve niet doorzichtig genoeg, wat te kiezen; en, daar ik mij, om Familie-zaaken toen juist in dmfierdam bevond , konde ik geen gebruik maaken van de voorlichting der getrouwe Commisfie van den Kerkenraad, welke echter, zonder mijn weeten, zich mijner bekommerde, en over mijne belangen, in mijn afzijn, dagelijkfche conferentien hieldr.

Het eerfte licht, dat mij in deeze donkerheid opging,, was door een Brief, in naam dier Commisfie, mij toegezonden door den liefderijken Ds. hoog: „ Wij zitten nog ( fchreef zijn Wel Eerw.~) verdagen „ bij elkander en zijn diep getroffen. — Wat zullen „ wij zeggen? —■ God regeert, — Hem te zwijgen ,, en zijn doen te aanbidden is onze pli'gr. — Hij „ verleene 'er U en Ons , en de Gemeente , die ü~ „ zoo hartelijk herdeld verlangde, genade toe. — ,, Eenmaal — fpoedig — beduure Hij het alles ten ,, bede, — en geeve U aan Ons weder. Intusfchen, ,, lieve Vriend ! — Gij zijt en blijft de Onze. Dit 3, vertrouwen wij ook , dat Gij aldus befchouwen

zult. — Ja, bij deezen uitflag van zaaken konde ,, het ligt gebeuren , dat uwe ijver voor het Euan-

gelie, en uw verlangen om het in het openbaar te

verkondigen, U aandreef, om, zonder uitdel, de s, eerde geleegenheid, die U voorkwam, aan te grij-

pen. — Reeds verkeert Gij in die omdandigheid.

— In Friesland begeerde men U, — en welligt

befluit Gij, — bij den eerden indruk, dien de on,, aangenaame tijding op uw hart te weeg brengt, — „ aan die begeerte te voldoen. Dan , wat wij U

fmeeken moogen, wees toch in deezen niet te „ voorbaarig ! — doe toch in deeze zaak niets voor

dat wij eikanderen gefprooken hebben ! De ge,, volgen, van éénen onberaaden Hap, fchoon uit de

„ befte

Sluiten