Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'< 86 >

geheel de zijde hielden van de tegenwoordige Raaden» Onder die waren 'er verfcheidene , die , met grond, overreed waren , dat men Mij niet naar de regelen van billijkheid behandeld hadt ; zij fpraaken 'er met de Leden van den Raad, ook buiten mijn weettn, over; en zij waren de eerfte en voornaamfte aanraaders , dat ik mij, ter verkrijging van mijn g"ed recht , en ter vervulling mijner vuurige verlangens tot den opcnhsaren Euangelie - dienst , en van de wenfchen der Gemeente, welke zij ook verklaarden de hunne te zijn , aan den Raad zou adresfeeren. Veel danks ben ik aan verfcheidene hunner vcrfchuldigd voor alles wat zij gedaan hebben om mij te helpen; maar vooral aan éénen uit dezelve, met wien ik in den tijd mijnes dienftes, geduurende de behandeling van den ongelukkigen muijhr, was bekend geworden, en die van den waaren aart mijner denk en handel-wijze, meer dan anderen, overtuigd was. Deeze welwillende vriend mijner belangens fprak niet alleen met eenige zijner vrienden uit den Raad, en fpóorde mij aan tot bedrijvigheid t maar bezorgde mij ook eene gunftige geleegenheid , om met den Prefident van den Raad der Gemeente zelve over mijne zaaken te handelen. Bedaard en onpartijdig fcheen dezelve mij niet alleen te hooien, maar ook de Cardo rei, de waare en innerlijke toedragt der zaak, te bevatten. Ik verklaarde Hem niets anders te begeeren dan billijkheid en goed recht, en 's Mans antwoord beviel mij volkoomen. „ Voor niets in de weereld „ (zeide Hij) zou hij medewerken tot onrecht of „ onverdiende gunstbewijzen ; maar ook altoos zou ,, hij zijn best doen , om recht te doen wedervaaren „ aan elk , wien hij vondt onrechtvaardig behandeld „ te zijn , zonder aanzien van perfüonen of denkwij,, zen. Voor billijke klagten zou het oor van den „ Raad altijd open zijn. En, indien mijne zaak waar„ lijk zoo was , als ik vertelde , raade hij mij, om ,, aan dezelve mij te adresfeeren ; alles zou onpartij,, dig en naauwkeurig worden onderzogt , en , zo ik het recht aan mijne zijde hadt, zou de Raad zee„ ker mij alle juftitie doen, welke in deszelfs ver„ moogen was."

Van

Sluiten