Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'< 88 >'

„ en talrijk Kroost, onfchuldig, van a/kvaüemiddelen „ van bettaan, door éénen wenk des gezags, beroofd „ zijn, voor zijne belangen, en die van zijn huisgezin „ fpreekt , is al e z ■• t gegrond in de eeuwige rech„ ten der menschiijkheid. — Dat een Burger , die „ bij de onr.erwisibaare vrijheid van denken altoos „ gevoegd heeft, zoo veel met de merfchelijke zwak„ heid beftaanbaar is , naar zijn befte weeten en in „ zijnen kring , eene flipte betrachting van alle Bur„ gerpligten , (a) nu ook voor zich zelven inroept „ het behoud van die rechten, welke, door het Be,, ftuur , voor Hem zoo ivel ah voor anderen , als „ onvervreemdbaar werden afgekondigd , is te zeer „ oyereenkoomftig met de gronden eener Maatfcbap,, pij. — En dat eindelijk iemand , die zijnen post „ bezit, niet, op zijne follicitatien , niet, als een „ burgerlijk ampt of benefi ie; maar die denzelven ,, aanvaard heefr. rp verzoek van — en bij form van „ ivederzijd<cb Contract met — de Regeering en Ge„ meente zijner Stad; (i) en die echter, zonder van „ zijne zijde iets tegen dat Contract misdreeven te „ hebben, eigendunkelijk, en regenden gemanifefteer. „ den zin dier Gemeente zelve, van zijn goed recht „ verfteekén is, — dat zoo iemand (herzegge ik) „ alle eerlijke middelen ter hand neemt, om in dat „ goed recht herfteld te worden , is al te zeer over,, éénkoomftig met de eerfte gronden van goede |u„ ftitie en natuurlijke billijkheid , dan dat den Ön„ derget. door Olieden , — Medeburgers! — deeze

Hap ten kwaade geduid , en niet veel eer hem de „ band zou worden toegereikt, om Hem uit zijnen „ onverdienden tegenfpoed te redden , en een open„ lijk bewijs te geeven dat Uwlieder Beftuur op „ gronden van recht en billijkheid gebouwd zal zijn.

De voorige Raad , Uwlieder voorgangers, hei ben „ den Onderger. (boe duidelijk hij meende te fpree„ ken) kwalijk verftaan, en gevolgelijk verkeerd be-

fchuldigd. — De Onderget. heeft, gelijk ftraks nader „ blijken zal, tegen de toepasfing van een Provintiaal

„ De-

Ca) Deductie, pag. 160. en pag. 10, II, O) Deauciie, pag. i —11. en 126.

Sluiten