Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*i 132. >

„ Conmiddelijk na. dat hij de Belofre volgens de „ aanfchrijving had geprelenreerd te doen) op de „ nadere aanvraag van den Prefident heefc verklaard:

Ik kan niet anders dan onder die refirictie , en „ dat hij, te gelijker tijd, zoo draa aan hem wierdt „ voorgeleezen de aanfchrijving van het Provintiaal „ Beftuur de daro 23 Junij 1796, dadelijk repliceerde „ dat dezelve niet toepasfelijk op hem was.

„ Uit alles heeft uwe Commisfie toegefcheenen 5, zeer opmerkzaam te zijn , en hoe zeer die decla„ rade hen ook uk de Notulen gebleeken is, en zij „ geene reden hebben fteliig te vermoeden , dat „ dezelve door den Requeftrant niet zouden zijn ge,, beezigd , zo blijft het bij hen zeeker, dat jan „scharp die eeven te vooren verklaard had

„de belofte te doen in den geest, „van het provintiaal bestuur, het

„ welk hem verbood reflrictien te maaken , niet „ zoodanig beroofd is van gezond verftand , dat hij „ op het zelfde moment zou laaten volgen, dat

het decreet niet toepasselijk op „ hem wa s.

„ Uwe Commisfarisfen vertrouwen , dat elk die „ met Ds. scharp, eenigzints bekend is, hem tot „ zulke zotte in bet oog hopende tegenfirijdighedsn, „ niet in ftaat kent, en dus befluiten zij, dat jan «, scharp in zijn discours met de Prefident het „ woord restrictie nooit opzetlijk heeft kon,, nen, ten minften niet heeft willen gebruiken, „ gelijk bij bij zijne Juftificatoire Memorie duide„ lijk verklaard beeft,

., Dit gepofeerde komt aan uwe Commisfie voot ,, volkoomen duidelijk te zijn , eensdeels uit kracht „ van zijne , door den Raad zelve erkende , bereid„ willigheid, om de Belofte te doen conform de aan„ fcbrijving ; anderdeels uit de Memorie van den „ Kerkenraad ter zijner Juftificatie ingeleeverd , waar „ :n uit zijne fcbrJftehike Advifen blijkt, dat hij „ alle referven en reflrictien verwierp; en einde„ lijk uit zijn protest tegen de applicatie van het ,, decreet; — waar uit dan ook notoir moet volgen „ dat wanneer in de hitte der gefprekken , hem die „ woord eens mag ontvallen zijn, zulks volmaakt

„ te-

Sluiten