Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 148 >

ónverdieiiden lanter, zoo veel moogelijk geijverd hebben , om door geruchtraaakende, en echter (op den keeper befchouwd) weinig beduidende poogingen, mijne herfteliing te verhinderen, en mijn onverdiend ongeluk te verlengen.

Het eerfte van dien aart was oen openlijk Protest, door ééhen der Leden van den Raad, in tegenwoordigheid der Tribune , voorgeleezcn, en in de Notulen opgegeeven, den iften Maart 1798.

Dat die Burger het mij vergeeve, indien ik hier zijnen naam niet noeme; dit gefchiedt niet uit minachting , maar om dezelfde reden, waarom ik , in mijne Deductie, pag. 63, den naam verzweegen heb van eenen Burger, die Lid van den* toenmaaligen llaad was. Iioe algemeen 's Mans naam thands ook bekend zij, riu ailcs nog versch in geheugen ligt8 zal do vergetelheid denzelven fpoeeiig in de menigvuldigheid var. het dagelijks nieuws begraaven, en Ik wil volftrekt niet medewetken tot het voeden en beft.cndigen van den haat mijner Vrienden tegen een éénigen bijzonderen perfoon; en in dit geval wil ik het te minder doen, om dat, fchoon ik dien Burger in het geheel niet ker.ne, geloofwaardige berichten Hem mij afgetCekend hebben als een eerlijk man, die uit zijne beginzelen, naar zijn befte weeten, handelt, waarom ik mij verzeekerd houde , dat ik dit onaangenaam Incident niet aan de boosheid van zijn hart, maar aan verkeerde, hem ingeboezemde, vooroordeelen tegen Mij, te danken hebbe. —» En nu oordeele Hij zelve, of ik waarlijk zulk een haadijk character bezitte, als Hij heeft willen fchijnen mij toe te fchrijven.

Wat intusfehen het Protest zelve betreft: Ik heb het, als alleen voor de Notulen gefchikt, niet woordelijk gezien , en weet 'er dus niets van , dan het geen door de Toehoorers op de Tribune is onthouden , en uit het geen ik 'er van weet, durf ik ten vollen verzeekeren , dat het niets afdoet, dewijl hec meest gegrond is op proeven mijner bijzondere denkwijze en de verdeediging van dezelve , toen die verdeediging geene misdaad was. Maar, zo ik hierom mijnen wettigen Dienst moest nalaaten , dan moesten allen , die met mij van dezelfde denkwijze geweest waren , of ooit dezelve verdeedigd hadden,

ia

Sluiten