Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 152 >

leedt dagelijkfche, heevige fchokken , en ik was ia de grootfte ongewisheid, ten aanzien van mijne keuze.

Aan den éénen kant had ik het voor mij zoo wenschbaar genoegen, dat God mij toonde, hoe alle mijne tegenfpoeden wel eene beproevende, maar geene verfmaadende roede waren , en dat Hij mij uit den dienst zijnes zaligen Euangeliums niet geheel verwierp , maar een naam en plaats gaf in zijn Heiligdom. — Geleegenheïd te verkrijgen, om vrij en ongeftoord mijnen Heiland te kunnen prediken , buiten het bereik der onverdiende partijfchap mijner vijanden en de onzeekerheid der tijdén , fcheen mij wenfchelijk. — De roeping, niet door kennisfen of vrienden; maar door eene éénpaarige beroeping van eene geheele, mij volftrekt onbekende Gemeente , buiten 's Lands, hadt alle kenmerken van onloochenbaare ■wettigheid en dus van een Godlijk beftuur, waar aan ik, niet dan met fchroomvalligheid, mij fcheen te kunnen ontrekken; — en de middelen van beftaan waren zoo, dat ik , alles bij één gereekend zijnde, weinig of niets verliezen zoude.

Maar aan de andere zijde, fchokte mijn hart op de gedachte, dat ik, onfchuldig, en ten gevolge van behandelingen , die bij een openlijk Decreet voor onrechtvaardig verklaard zijn , een Vaderland zou moeten verlaaten, in het welk ik gebooren ben en dat ik zoo hartelijk bemin ; — mij affcheuren van eene zoo getrouwe en liefhebbende Gemeente; — voor altoos vaarwel zeggen aan alle de kennisfen mijner jeugd en de vrienden mijner rijpere leevensjaaren, en heenen trekken naar een Land , waar elk mij vreemd, waar alles mij onbekend is. — Deeze gedachte alleen ftorte mij in eene droefgeeftigheid, welke mij tot hier toe onbekend was.

Daar te boven was het uitzicht op mijne herfteliing niet geheel verlooren , de hoop op de rechtvaardigheid van het Adminiftratief Beftuur bleef nog leèvendig, en voor den uitflag van deszelfs deliberatien fcheen ik niet finaal mij te kunnen bepaalen.

Met befcheidene en vrijmoedige openhartigheid fchreef ik dit alles, den aden Maart, aan den Graave von wïdei, en verzogt den noodigen tijd, om mij op

eene

Sluiten