Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 16*5 >

zaaklijk maaken konden; althands, de Conftitueerende Vergadering, als zoodaanig, dan ontbonden, en eene andere Conftirutioneele we'rgeevende Vergadering aangelteld zijnde, was her zeer mooglijk, dat alle aangewende , en zoo omflagrige, poogingen wederom vergeefsch zijn konden en de geheele zaak de novo weder voor eene andere Vergadering zou moeten geëntameerd worden. Het is aan deeze en eenige andere, niet ongelijkzoortige, redenen alleen, en dus aan niets minder, dan aan eenig wantrouwen op perfoonen of zaaken roe te fchrijven, dat ik geoordeeld heb eenigen tijd te moeten ftil zitten, en confticutioneele tijden te moeten afwagten , tot dat, na den afloop van gewigtiger en voor het Algemeen noodwendiger beezigheden , en in eene meer kalme om. ftandigheid van zaaken , ik op eenen meer vaften voet kan voortgaan om mijn goed recht te voorderen , waar ik als dan bevinden zal zulks te behooren.

Zoodanig — beminde Leezers ! — was de ohgun, flige , — hoewel rot nog toe alleen provificr.eek, — uitflag der poogingen , welke door Mij niet alleen, maar ook door den Grooten Kerkenraad en deszelfs Gecommitteerden, door de Gemeente, en (voor zoo veel zulks gefchieden konde) door den Raad zelven, met zoo veel vuurs aangewend en met^oo veel ijver? voortgezet waren, om,'indien het nfÖoglijk was, mij aan mijnen wettigen Dienst, waar in ik zonder'vo!doende redenen verhinderd was, en aan het oogmerk mijner roeping te zien wedergegeeven. — Uitflag, die , ja . tot mijne herfteliing ongenoegzaam was en aan het _hoofdbedoclde niet beantwoorde; maar echter voor mijne eer en die der overige Réquéftranten meer dan voldoende was; daar, bij het Raads - befluit, de bülijkheid mijner Doleantie erkend, de onrechtmaatfeii heid der behandelingen , mij aangedaan , beweezen, en daar door de ijver der Gemeente rot mijne herfteliing gewettigd is, en daar dit befluit door het jongfte Decreet van het Adminiftratief Beftuur niet vernietigd, maar veel eer (in den grond befchouwd) beveftigd is, moetende dus het fondament zijn, waar op ik mijn volkoomen recht bij eene hoogere Vergadering , werwaards ik gerenvoieerd ben, vervolge» kan, en, zoo fpoedig ik dat gefaijoneerd oordeele, 3 ook

Sluiten