Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< Ï70~ >

„ dezelve gedaan , altoos in haare Notulen bewijzen „ geevende van haare hartelijkheid voor Mij en de „ verlangens der Gemeente , altoos in dat alles één„ paarig zonder verfchil, en zich zelven gelijk zon„ der afwijking, heeft daar door beweezen, dat de ,, zelfde geest, de geest der broederlijke liefde, op „ het bevel onzes eeuwiggezeegenden Meefters ge,, grond , alle de Leden gelijkelijk bezielde, en dat „ de God des vredes in deeze Vergadering woonde.

,, öntfangt dan, geliefde Broeders! de ongeveinsde „ en onöpgefmukte dankzeggingen van eenen , wel

ongelukkigen , maar eerlijken, en (zo ik hoop) „ niec geheel onnuttigen of uwer vriendfchap on„ waardigen Medebroeder, en weest, bij de banden «, van Godsdienst en liefde , welke ons verbinden, „ verzeekerd, dat alle de dagen mijnes leevens onder „ de Vrienden , die in mijn gevoelig hart geprent „ zijn , Gijlieden de eerfte en wartafte plaatfen be„ kleeden zult.

,, Aan de Gemeente (uit welke een aantal van ., ruim 8000 zich aan U Lieden, en meer dan 5000 „ aan de Politieke Magt geadresfeerd heefc, om, zo „ mooglijk, mijne herfteliing te bevoorderen , en „ welke mij daar door een blijvend , en voor mij „ dierbaar, bewijs gegeeven heeft van haare achting „ en liefde) aan de Gemeente en aan de gantfche „ Kerk van Nederland, zal, binnen zeer kort, door „ de Drukpers blijken , alles wat □ Eerw., wat de „ Commisfie , wat ik zelve , wat de jongfte Raad

der Gemeente , gedaan hebben , om mijne onbil,, lijke Remotie opgeheven , en de Provintiaale De„ creeten daar omtrend buiten effect gefteld te krïj„ gen , en welke tot dus verre de ongelukkige, „ althands ongenoegzaame uitflag van alle deeze ijve„ rige poogingen geweest zij.

„ Maar Gij Lieden , — Hoog en Wel Eerw.

Heeren en Broederen! hebt dien uitflag, reeds „ met aandoening en deelneeming, verftaan. Gij ,, Lieden weet, dat het Intermediair Adminiftratief „ Beftuur van bet voormaalig Holland , bij Decreet ,, van 29 Maart 1. 1. — op het oogenblik , dat men ,, zich, niet zonder fchijnbaare redenen, meende met „ iets meer gunftigs te moogen vleien verklaard

„ heeft,

Sluiten