Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toor zijne Vijanden badt , en mij den Hemelfchen Vader heefc leeren bidden : „ Vergeef ons onze „ fchulden gelijk ook wij vergeeven aan onze fchul,, denaaren!" — Van veelen , van de meeften Uwer, misfchien van bijna U Lieden allen, vertrouw ik met efn hare, dac gaarne het befte denkt van mijne eevenmenfehen, dat Gij niet gehandeld hebc uit hec fnood beginzel van haat en het Satanisch opzet om moedwillig kwaad te doen. — Ik weer dat vooroordeelen, drift , partijzucht en de omftandigheden der tijden, zeer dikwils iemand onbillijk maaken tegen zijn gewoon character aan en onrechtvaardig alleen uit verblinding ; Ik ben volkoomen verzeekerd , dat veelen uwer mijnen perfoon niet dan zeer oppervlakkig kennen , geen onderfcheid maaken tu«fchen het veifchil van gevoelens , waar in de éénzelvigheid onder de menfehen onmooglijk is, en tüJfcnèm prircipien van het hart , welke bij ieder eerlijk man , hoe verfchillende ook anders, altoos deugdzaam en voor anderen onfchadelijk zijn , en dat zeer veele anderen zijn medegedeepr door eenen ijver zonder veritand : —maar, hoe bet ook weezen mooge , ik vergeef het U . en verlaat mijn Vaderland , zoo als ik éénmaal de weereld hoop te verlaaten , zonder perioneelen wrok, en her bevel mijnes Heilands indachtig: ., Indien uw broeder tegen U gezondigd heeft, zo zult „ Gij het hem vergeeven." — Met deeze zelfsvoldoening, dat ik niemand uwer ooit perfoneel beleedigd heb , dat ik de haarelijkheden altoos met mond en pen heb tegengeftaan, ook in die fchriften, welke men tor m>jn bezwaar heeft willen doen dienen, wen?ch ik U een gedrag, dar de vrijheid van denken eerbieligr, de m ^schlievenheid, rechtvaardigheid en billijkheid betracht, en, zonder grond tot naoerouw, nimmer aan eenen anderen doet, bet geen gij billijk zoud verlangen , dat nooit aan U gefchicden mogt, en het welk nooit den zegen Gods uir uw leeven, en de gegronde gerustheid uit uw fterfuur zal wegneemen.

Maar vooral treft mij het affcheid , — ook zelfs ïn het hoopend vooruitzicht van U, voor mijnen dood, nog eens weder te zien, — hartelijk geliefde Gemeente van Rotterdam, met alle uwe Leeraaren,

Op-

Sluiten