Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 203 y

éénvouwig Geloof aan de beloften Gods door jesu» Christus, in wien God de weereld met zich zelven verzoende , haare zonden haar niet toereekende, en het woord der verzoening leggende in den mond zijner Knechten : en mogten die den Heere in waarheid kennen meer voegen bij hun geloof heldenmoed, bij den heldenmoed kennis, bij de kennis maatigheid, bij de maatigheid lijdzaamheid , bij de lijdzaamheid godzaligheid , bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde liefde jegens allen; want, zo deeze dingen in U zijn en in U overvloedig zijn, zullen zij U niet ledig noch onvruchtbaar laaten in de kennis van onzen Heere jesus Christus. Gedenkt, hoe JA U deeze dingen heb ingefcherpt, toen ik nog bij U was; vergeet mijn onderwijs niet, dat U voor den Hemel poogde te vormen , en tot braave en nuttige Inwooners der weereld te maaken. Vergeet mij niet, gelijk ik van U Lieden hoope te verneemen, dat gij ftaat in éénen geest en in éénerlei gevoelen , te zaamen ftrijdende voor het geloof des Euangeli ums. — Geliefden ! ik was ook zelve een mensch , een arm zondaar voor God, die mij op niets boven U verheffen wil , en die op dezelfde wijze, uit genade, hoop zalig te worden, gelijk als gij : Zo gij intusfchen ooit iets goeds , iets loffelijks in mij ontdekt heb , het geen gij dan van mij ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, dat doet; Zo ik ooit iemand uwer ongenoegen gegeeven, iemand , tegen mijne intentie , 'beledigd heb (want met opzet heb ik het nimmer gedaanj vergeeft het mij om jesus wille, gelijk ik het aan elk uwer vergeef, die ooit mijne daaden miskend, mijne oogmerken verdagt, of op eenigerhande wijze mij of de mijne mogt beledigd hebben. Biddet voor mij , op dat God mijnen weg voorfpoedig raaake en mijnen arbeid zeegene in het Land mijner vreemdelingfchappen^ waar ik heenen gaa, en verhaast (zo het Gods wil is) door uwe gebeden en eerlijke poogïngen de gewenschte oogenblikken, dat ik aan mijn Vaderland en aan U mooge wedergegeeven worden.

Vaart wel! God zij met U! Hij zeegene U en uwe Kinderen in het nvdden van U ! ■— Her noodlottig woord is mij ontglipt; — nu is mijne ziel

ont-

Sluiten