Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6i VERHANDELINGEN over het

Er is geen mensch, zeifin den ftaat der bloeijencV fte gezondheid, die, indien hij eene ingefpanne aan-: dagt op zich zelf vestigt, geene meenigce van inwendige aandoeningen, het zij van eene ligte graad van pijn, hitte of diergelijk, befpeurt, gewaarwordingen , die geheel en al onaf hanglijk van1 het Magnetismus zijn.

Deeze bepaaling van onzen aandagt, geheel en alleen op ons zelf, kan veelligt, op zich zelf befchouwd, op ons lighaam eenige uitwerkfelen hebben ; er is een zoo naauw verband , van welken aart ook het werktuiglijk middel hier van zijn mooge, tusfchen de geneigdheeden der ziel, cn de beweegingen van het lighaam, dat men niet ligtelijk bepaalen kan , hoe verre het vermoogen van eenen aanhoudenden aandagt, op een of ander uit- of inwendig lighaamsdeel zich kan uirftrekken , deeze aandagt op een bijzonder deel fehrjttt niet anders te zijn, dan eene geftaadige en onafgebrooke werking van onzen wil , bij aanhoudenheid op een en het zelfde voorwerp gerigt.

Wanneer wij in agt neemen hoe de arm door den wil bewoogen word, kunnen wij dan wel verzeekerd zijn, dat onze aandagt op een of ander deel onzes lighaams gevestigd zijnde, daarin geene beweeging kan veroorzaaken, de dierlijke warmte derwaards rigten, en in deszelfs toeftand zodaanig eene verandering veroorzaaken, welke in ftaat is andere

aan-

Sluiten