Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIERLIJK MAGNETISMUS.

overtuigd was noodigde hij de Gecommitteerden om de geleegenheid waarreneemen , welke zijne proefneemingen hen aanbooden, om de werking derzelven na te fpeuren.

Indien de Heer Deslon fteeds gehegt bleef aan zijn eens aangenoomen denkbeeld, dat wij deeze uitwerkfelen aan de werking van eene vloeiftoffe, die van het een individu tot het ander, door aanraaking of door eenen geleider ovcrgebragt word, moeten toefchrijven, hij moet egter aan de Gecommitteerden toeftaan, dat eene uitwerking flegts ccne oorzaak nodig heeft, en dat, indien de verbeeldingskragt hier toe voldoende is, het nutloos zijn Zoude eene magneetifche vloei/loffe te onderftellem

Men kan niet ontkennen, dat wij bij aanhoudenheid omringd zijn door eene vloeiftoffe, die eigentlijk tot ons behoort; de ongevoelige uitwaafemin* vormt eenen onzigtbaaren dampkring rondom ons'* maar deeze vloeiftoffe heefc geene andere Werking dan die van andere dampkringen, en kan door aanraaking niet dan in een oneindig klein gedeelte ovcrgebragt worden; men kan dezelve door geenen geleider beftuuren veel minder door het gezigt of dert wil; deeze word door het geluid niet voortgeftuuwd of door fpiegels terug gekaatst ; deeze is dus in geenen deele vatbaar voor die uitwerkfelen, welke' men aan de magneetifche vloeiftoffe tocfchrijft. Er blijft ons nu nog over te onderzoeken, of I 3 die'

Sluiten