Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET MAGNETISMUS. $

ih alle fchepfelen, door de geheele natuur. De Mensch alleen kent dezelve, en bezit het vermogen , om dat edelfte van het edele te kunnen gebruiken. Dit alles zou hij niet kunnen doen* zo hij niet in het voortreflijkfte gedeelte zijnet ziel een zeker willekeurig gevoel, eene kragt had, die zig door de kragt der ziel ontwikkelt, eene lichtftraal, die, door de van de ziel beleevendigden,opgewekten,aangezetten en verhoogden wil ontvonkt en aangefteeken kan worden, en die men, bij gebrek van een gefchikter woord en verftaanbaarder uitdrukking, Magnetismus, of de Magnetifche kragt noemt. Door denzelve werkt de ziel op de door haar geheel lighaam verfpreidde Magnetifche vloeibaare zelfftandigheid ; hierdoor brengt zij het in eene fnellere beweeging; alsdan komt het in fterker omloop; word leevendiger, en doet het zig boven alle hoofdftoflijke gedeelten der ziel uitmunten; alsdan heerscht het over alle de overige vogten, even gelijk eene der veelvuldige onder elkander ge* mengde fpijzen, zig boven alle anderen doet gelden en proeven.

Alles hangt in de natuur, als een fchakel, aan elkander. Alles is één, en alles beftaat uit deelen, waaruit de mensch beftaat. Dit moet de bekragtigde en verhoogde ziel van den Magnetifeerder, t. men verfchone deeze benaaming, want wij weeten geen andere of betere t zig Jee. vendig voorftellen. Een goed Magnetifeerder moet kennis en ondervinding hebben: hij moet niet alleen zig zelf; maar ook de dingen buiten A 2 zig»

Sluiten