Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER HET MAGNETISMUS. éT

tuur- of andere ikskennis. Dan weet hij, in wat betrekking hij tot God, tot de natuur, en zijne medemenfchen ftaat. Dan gevoelt hij, dat wij menfchen allen een en gelijk zijn, en hierdoor ontïïaat in hem een veel hooger graad van liefde.

De Liefde is eene aan Allen ingeboezemde Natuurwet; doorgaands echter is zij bij de menfchen éénzijdig. Zij is meestal eene gedwongen gemaaktheid ; eene hartstogt, waarbij het zelden gebeurt, dat de ziel er deel aanneemt. Deeze of geene, 't is waar, volgt het gebod: bemin, uw naasten als u zelve', maar men volgt het gemeenlij k, alleen , om dat het een gebod is, en niet, om dat wij ondervinden, dat deeze liefde i-n de natuur, van den mensch zelf gegrondvest is , en gegrondvest weezen moet. — Wanneer men echter de algemeene gelijkheid der menfchen ht' aanmerking neemt, en men dan leert en ondervind, -dat wij allen één en denzelfden 'geest, allen uit dezelfde hoofdftoffen faamgeftelde ziel, en allen één foortgelijk lighaarn bezitten, dat wij allen op het naauwst aan elkander verbonden, en maar één geheel zijn, — dan beminnen wij onze naasten, niet, om dat het ons gebooden word; maar om dat het in onze natuur geleegen is hen te beminnen.

Tot deezen graad eener verhoogde liefde moet liet Magnetismus ons opvoeren. Het moet ons Leeren, dat wij allen van eenerlei aarde gemaakt .zijn ; dat onzer aller zielen uit eenerlei hoofdA 3 ftof.

Sluiten