Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 OVER KET MAGNETISMUS.

in de fijnere gedeelten der ziel ligt; word daat alsdan de Magnetifche kragt gaande; deelt zij zig aan de min edele gedeelten der ziel mede ; gaat zij van deeze tot de hoofdftoflijke,. en vervolgens op de aardfche deelen van het lighaam over; werkt zij aldus trapsgewijze van «den geest op het leven der ziel, van daar op de hoofdftoffen en van deeze op het lighaam; 'bedenkt hij daarenboven alles, wat in de natuur fchoon, goed er} overéénftemmende is; gevoelt hij zig als. veréénigd met den perzoon, dien hij magnetifeeren wil, en deelt hij denzelven zijne magnetifche vloeibaare zelfftandigheid mede, dan word, het edele der ziel van zodanig een perzoon opgewekt, ontwikkeld en tot volkomenheid gebragt: zijne magnetifche vloeiftof dringt van de uitterfte deelen tot in de zenuuwen ; van daar, door de inwendige fijner deelen, in de ziel, en vervolgens van zelf tot in de weetenfchap van den geest.

Op deeze wijs bevordert de Magnetifeerder, door eene op ons werkende kragt, de aannadering der edelfte deelen van de ziel tot den geest, en brengt in dier voegen geestlijke werkingen voort. -

De Magnetifeerder moet geen ander oogmerk

heb-

werkzaam is, zijn eigenlijke en meer bepaalde woonplaats in onzen dampkring. Het fterft, het vergaat nooit; zelf in zijne grootfte veranderingen blijft het leven, en volgt het zijne befte», rning.

Sluiten