Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IK en Ö IJ.

plaats, geleerd, dar er geen op zig zelf {taande, en afgezonderd Wezen plaats kon grijpen. Dit is de rede, waarom wij ons in de menschlijke Maatfchappij begaven, en aldus werden er duizenden belangen tot één eenig vercenigd.

Het welwezen der Maatfchappijen word allerbest afgemeeten volgens den maatftok der overéénftemming van de in dezelve levende en belanghebbende fchepfelen. Wanneer elk Burger zijnen Medeburger even gelijk zig zelve behandelt, dan is alles goed en in de beste order. Wanneer alles maar een enkel Ik is, dan moet er waar geluk in zodanig eenen Staat heerfcheft, en het ongeluk en verderf onutaat dan eerst, wanneer Ik en Gij onderfcheiden zijn.

De wetten der Natuur zijn niet anders dan de wetten der Liefde, — en wat toch is de Liefde anders, dan eene pooging tot gelijkwording en volmaakte vereeniging?

Alle Godlijke wetten onderfteunen deeze ftelling: bemin uw naaste n gelijk u zelve! dat zegt zo veel als: zie hem niet voor Gij, }maar voor een ander Ik aan.

Hoe meer de mensch deeze wet betragt, hoe 'volmaakter hij word; want dan word hij der Godheid meer gelijkvormig en de Godheid is geheel liefde. Dan verheft hij zig tot een hoogeri trap! Ziet hij verre weg in het toekomende, dan verlicht eene -hemelfchè zon zijn verftand en de geheimen der eeuwigheid leggen voor hem bloot, *

Gelijk ketent zig aan gelijk, en de invloed G a van

Sluiten