Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN HËERE DE JUSSIEU. 131

ken van de verbeeldingskragt alleen afhanglijk fcbeenen te weezen. De Magnetifeerders verwerpen ook de verbeeldingskragt niet geheel en al.

Ik breng tweederlei foort van daaden bij. - De eerden zijn negatif en zeer zwak, ten opzigte van het bewijzen.

Wanneer naamlijk, de verbeeldingskragt van zekere perfoonen, die vatbaar zijn voor het Magnetismus, op andere voorwerpen word afgeleid, dan ondervinden zij weinig of niets.

Een zieken, aan den magnetifchen crifis onderhevig, werd, geduurende een langen tijd, door middel van aanraaking, door mij gemagnetifeerd, en ondervond niet anders,'dan een zekere warmte; onder het magnetifeeren hielden wij ons over belangrijke onderwerpen bezig. Hij verzekerde mij, dat dergelijke geestbezigheid bij hem dikwijls de uitwerkingen van het Magnetismus veranderd of onderdrukt en tegengewerkt had.

Eene Dame werd, geduurende ,■ dat zij zig met haaren Egtgenoot, die in ftuiptrekkingen lag, bezig hield-, door mij gemagnetifeerd. Zij ontwaarde flegts eene zagte warmte, niettegen. ftaande ik anders, door de zelfde bewerking, bij haar de crifis had voortgebragt.

De pofitive daaden zijn de zodanigen, welken te bewijzen fchijnen, dat de verbeeldingskragt toereikende zij, om zulke aandoeningen te veroorzaaken, die' men aan het Magnetismus toefen rijft.

De Heer D1 Er Ion behandelde eenige perfooI 2, nen»

Sluiten