Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN HEERE DE JÜSSIEU. 133

Ten einde te zien, wat werking de eerfte indruk te voorfchijn zou brengen, verlangde ik eene zieke, die vatbaar voor het Magnetismus was, te magnetifeeren voor de eerfte keer.

Voor de eerfte keer echter vertoonde er zig niets zonderlings.

Ten tweedemaale haar magnetifeerende, werd zij iu de hoogte geworpen, en deeze beweegingen naamen in getal en hevigheid toe, evenwel zonder eenige fmarten.

Op den derden dag namen deeze beweegingen al daadlijk eenen aanvang, en duurden een tijd lang, niettegenftaande ik, tegen het einde, de magnetifche behandeling had afgebroken.

Ik ging uit de zaal, en, volgens het getuigenis der tegenwoordige Geneesheeren, hield de ontlasting daadlijk, na mijn vertrek, op.

Een kwartieruurs daarna wederkomende, begon de ontlasting op nieuw, zonder eenige behandeling hoe ook genaamd. — Ik vertrok andermaal en andermaal hield zij op.

De zieken verlangden, om in den tuin eenige verfche lugt te fcheppen; zij zag mij daar, ea ontwaarde dezelfde aandoeningen.

Toen zij tot bedaaren, en weder in de zaal terug gekomen was, wilde zij vertrekken: zij zag mij onder aan den trap, en kreeg een nieuwen aanval, en werd in een benedenkamer gebragt, alwaar ik haar agterwege liet.

Eenige dagen daarna, zag ik deeze vrouw weder. Zij was , in dien tusfehentijd, door andere Geneesheeren, gemagnetifeerd geworden, en had ï 3 tef-

Sluiten