Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN HEERE DE JUSSIEU, 135

saeer met de ijzeren ftaafjes van het Baquet, die tegen haare oogen gerigt waren, mij bezig fcheen te houden, dan met de andere zieken. In een oogenblik, toen het geruisch der ftemmen haar gehoor eenige afleiding gaf, rigtede ik, zonder haar weeten, een conductor, op den afftand van zes voeten, tegen haar maag, als weetende, dat die zeer aandoenlijk was.

Het leed naauwlijks drie minuten, of zij geraakte in beweeging en werd zeer onrustig. Zij keerde zig op haar ftoel om, en verzekerde, dat er iemand was, die haar magnetifeerde, niettegenftaande zij vooraf alle voorzorg genomen had, om alle die geenen te verwijderen, welken haar deeze proefneeming twijffelagtig maaken konden.

Haare ongerustheid verdween oogenbliklijk, zodra ik met mijne beweegingen ophield, en zij werdt weder zo bedaard als te vooren.

Vijftien minuten naderhand herhaalde ik,onder dezelfde omftandigheden, en met alle mooglijke voorzigtigheid, deeze proefneeming, die volmaakt dezelfde gevolgen had.

Ik was overtuigd, dat de zieke, tot nog toe, geen ander voordeel van de magnetifche behandeling getrokken had, dan dat zij, op een afftand van drie a vier duimen, zekere voorwerpen, als in de fchemering zien kon.

De tijd verftreeken zijnde, kon ik geene verdere proefneemingen doen.

Een zieke , wier crifis in diepe flaap was, had, zonder te ontwaaken, van tijd tot tijd, ligte I 4 ftuip-

Sluiten