Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 42 >

deeze gewigtige zaak kunnen behandelen. De Priesters zouden ook , vermits zy een vast inkoomen hebbende, geen uitneeming van perfoonen maaken, gelyk zy thans doen, want een mensen is geen engel, en de dankbaarheid is alle weldenkende menfchen aangebooren , en zelfs niet kwalyk te neemen. Het zyn alleen de misbruiken, die uit dusdaanige dankbaarheid, en voornamentlyk in zielsbefliering kunnen voortkomen, welke natuurlyk door ons Plan zoude vervallen. — De Paftoors en Kappellaanert zoude ook veel beter kunnen fludeeren en hunne plichten waarneemen, vermits zy met alle die kleinodiën zich niet meer zouden op te houden hebben," en zulks dé Kerkmeesteren laten bellieren. Hunne Armen zouden ook hunne Paftoor meer beminnen en eerbied betoonen, want zo hy geen invloed op het arm - fonds of op deeze beftiering had, zouden de arme Ledenmaaten , onder dewelke maar al te veel ondankbaare en nooit te vreede zynde, gevonden worden, hem van niet, genoeg bedeeld te zyn , konnen befchuldigen , en terwyl hy zyn revenu voor zyn beftaan nodig zoude hebben, hem voor geene Armverdrukker of inhaalig perfoon kunnen uitkreiten.

Niets ftaat zo deftig als in eeneCatbedrale of Collegiale "Kerk in de Roomfche Landen het groot Altaar te zien, thans zyn dezelve op zyn Romynsch gebouwd , dat is dat men rond om het zelve gaan kan, en niet aan het Altaarftuk gehegt is: het zelve is altyd verfiert met kostbaare linnens en zeer ryke en geen verlepte voorzetzels , men ziet gèmeenlyk op het zélve zes zilvere Kandelaars en een Crucifix van het zelve metaal. De Ornamenten die by het Venerabel (laan, zyn weinig, dog van zilver of andere kostbaare metaalen , men ziet ten hoogden tien wasch-kaarfen, dat is 8 op den Altaar en twee voor de Kaarsdragers of Acolieten. De Kerkdienst of Parochiaale Mis is met geen buitengemeene ceremoniën verzelt, alles gefchied ftatig en met zo veel eerbied, dat indien 'er uit'nieuwsgierigheid perfoonen van andere Gezindheden zich aldaar begeven , moeten beken, rten, dat die diensten met veel meer eerbied en aandagt gefchieden, dan die, welke in de Kloosters of om geld in byzondere Kerken verricht worden. Men zoude kunnen vraagen, waar uit komt zulks voort? Het antwoord is eenvoudig. De Dom- of CapitteJ-heeren, zo zy bun volkomen Patrimonium of Canonicaat willen trekken, moeten in alle Kerkdiensten tegenwoordig zyn , of door Benificie-Heeren haar tegenwoordigheid laten waarnemen. Daarenboven is 'er een Ceremonie-meester aan-

Sluiten