Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 ) i

beproeven. — Men zeide tot hen, wilt gy Christenen worden, dan zult gy zoo zwaar moeten werken; gy zult van alle menfchèn gehaat worden; niemand zal met u, (om dat gy Jood/che Kinderen zyt) willen verloeren ; van uwe Ouders zult gy verftooten zyn; kortom, gy zult allés, wat nood en ellende is, op u moeten neemen, en tot een fpot en fmaad zyn. — Waarop de kinderen antwoordden, " Heeren Predikanten l 'pj werken willen wy gaarne naar onze krag„ ten, ah wy maar kinderen der z a„ ligheid mogten worden! Men mag ons 5, in de Waereld befpotten en verachten , in 9, den Hemel zal geen finaad meer plaats 9, hebben; als wy maar by den lieven Heere 9, Jefus mogten kunnen zyn, willen zvy als, les in deeze Waereld ondergaan."

Hierop volgde eene Tweede beproeving. Men beloofde hen, als zy weeder tot haare Ouders wilden gaan, zy dan de alleïfraaifle kleederen zouden hebben. — Dan' deeze beloofde kleederen, hóe fraai ook, Verachteden zy; want (zeiden qy- ) deeze kletderen zouden in de waereld,

moe-

Sluiten