Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 66 )

Wat nu aanbelangt het Jus Jurandum Necesfarium pf den eed van noodzaaklykheid, zal men maar kortelyk hier aantoonen, dat dezelve in deze geen plaats heeft. Geen Rechter kan dezelven aan den Eisfcher opleggen , cl 1 ! hier voren gezegt, een halve preuve vuor zich heefc, voet, ad ff. de Jur. Jurai No. 28. infin.

Dit heeft party niet cctis, en is daartoe niet in het vermngen, hetzelve te produceren, wyl zy daar. van gedestitucerd is.

in een eisfcher, volgens de alge» meene gevoelen der Juristen, en op fundament van de L. 4. Cod. de edendo, aan den Verweerder den eed defereeren, als hy, namentlyk party, van alle bewyzen ontbloot is, deunende dit op de leere van anth. fa eer, de Error pragm. Decad. 19- Etter, u N. 1. Wissembach,, Disput. 24. No. 23. infin. En dus het Jus Jurandum Necesfarium niet eender te passé komt, dan wanneer'er geene andere middel is, om het geene ten halve beweerd is, voet, hoe cit.No. 28. voorts ten vollen te probeeren, ten einde de waarheid alzo aan den dag gebragt worde: L infin, C. de f. aam, 31. D. de Jur Juran: C. fin. exir. eorf. L. in bone. fid. cod. de reb. cred.

Sustinerende derhalven 'er geen betaaling of afgifte ooit ofte ooit is gedaan , en dit te gelykertyd declarerende, zo lang party niet met vallabele bewyzen, van alle exceptiën ontbloot, het contrarie van dien kan probeeren, en dus infterende en eisfehende blyyende, tot de afgifte van het moeder-

Sluiten