Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat Comparant op den dag der Plundering, op raad van Mevrouw de

L'Arche, een vel oranje papier gaande haaien by den Boekverkoper Moeleman, hem ontmoet is de jonge Storm, by zig hebbende eenige Soldaten, waarvan een blanke fabel in de hand had; dat voor de deur van Comparants vader zynde, Storm, een klein papier in de hand hebbende, zeide, daar moeten wy ook wezen, wyzende met zyn hand op het huil.

Na pralecture perfistens juravit

■folemnicer coram

A. van Kesteren-j

F. H. Raeber.'] den 10 July, 1795.

No. 2.

Den 28 Augustus 1795.

Compareerde Anna Maria Barten huisvrouw van Jan Sagels, van Competenten ouderdom en namens Richter en Wethouders geciteerd, en heeft verklaard, dat de Major Zorreth mee een hoop Soldaten op'den bekenden Plunderdag voor haar huis heeft geftaan, met gevelde geweeren, en ziende haar man in het voorhuis ftaan, hem horen zeggen ik zal u ouden donder ftraks wel krygen, hebbende Comparante dit gezien yan den doorloop, alwaar zy met Mevrouw de L'Arche ftondt.

Dat de Major Zorreth vervolgens den anderen dag [zynde Saturdag morgen] aan haar huis is gekomen by Mevrouw de L'Arche. i

Dat Mevrouw de L'Arche toen haar Comparante geroepen heeft, om den Major uittelaten, by welke gelegenheid hy Comparante op de fchouder floeg, zeggende :ik heb het om u en "uwer kinderen wil gelaten ? doch de hospes heeft zig verdoemd /legt gedragen.

Sluiten