Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C i* ]

v!o«kende en tierende af en opgegaan ware, roepende, dat hy ordre» wilde hebben, of anders zelf wilde aan het werk gaan.

Juravit folemniter coram

F. H. Raeber Cosf.

den 26" May 1795.

No. 10.

Comparuit Karei Otto van Kesteren, van competenten ouderdom en behoorlyk geciteerd tot het geven van kondfchap der Waarheid, dewelke verklaardde:

Dat hy op den 29 Juny 1787, den bekenden Plunderdag,neffens den Hopman Beumer, 's namiddags tusfchen twee en half drie uuren, ten Raadhuize geciteerd, van de Magiftraat ordre ontfing om de Burgery te doen ontwapenen.

Dat hy zich daarvan excufeerende, ten zy de Collonels van de BurgerVaandels mede gingen om de geweeren van de Burgers aftevorderen, de Major Zorreth daar by prefent zynde, op het fpoedig ophaalen der' geweeren had aangedrongen.

Dat Compt. daarop, vermits de Magiftraat,als Collonels van de Vaandels, verklaarden niet van het Stadhuis te kunnen afgaan, aan de Magiftraat geproponeert had, dat men de Stads karren, verzelt met WachtBodens en Stads Bodens, by de Burgery zou rond zenden, 't geen toea ook geordonneert werd en gefchied is.

Dat de Major Zorreth ondertusfchen geduurig in de Magiftraats Vergadering gecompareert zynde, by herhaaling op den grootften fpoed met die ontwapening had aangedrongen.

Dat een paar dagen daar na de oudfteZoon van Storm,met twee Soldaten, een fponton uit Comparants huis had afgehaald en mede genomen, onder belofte van denzelvea naderhand te rug te brengen, 't welk echter niet gefchied is.

Dat

Sluiten