Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r =3 3

Dat Compt. niet fchielyk gereed zynde tot het afgeven van gem. fponton, de jonge Storm daarop had aangedrongen en gezegd, dat dezehê Vr wezen moest.

Juravit folemniter coram F. H. Raeber Wethouder. G. J. van Wy Volksvert. den 9 Juny, 1795.

No. 11.

Comparuit Willem Beumer, van Compet. ouderdom en behoorlyk geciteerd tot het geven van kondfchap der Waarheid ,dewelke verklaarde:

Dat den *o ïuny 1787, den bekenden Plunderdag, als des tyds oudfte Hopman van de Burgery zynde, neffens den Hopman van Kesteren ten Raadhuize geciteerd, van de Magiftraat ordre ontfing om de Burgery

KDatnCompt!fSeffens den Hopman van Kesteren, zich daarvan hadden geexcufeert en gezegt, dat vermits de geweeren van de Burgery derzelver eigendom was, zy dezelven niet konden gaan opnaaien.

Dat de Magiftraat daarop echter aandringende, Compt. neffens den Hopman van Kesteren, haar geproponeert had, dat derzelyer Leden als Collonels van de Burger-Vaandels in perfoon, ieder m den haare, mede gingen om de geweeren aftevorderen.

Dat de Magiftraat zulks verweigerende, vermits niet konde van het Stadhuis gaan, de Hopman van Kesteren de Magiftraat geproponeert had om de Stads karren, geadfifteert van Stadsbodens en Wachtbodens, rond te zenden om de geweeren optehaalen, en zulks gegouteerd en te werk gefield werd. . . .• Am

Dat onder die gefprekken de Major Zorreth geduung af en aan n de Raadzaal verfchenen was, en ten fterkften op den grooriten fpoed in de nodige ordres tot het afhaalen van de Burger-geweeren aangedrongen had,enzulks^nderveele bedreigingen „zeggende onder anderen aan de Mag-

Sluiten