Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 45 ]

trouille van drie paarden. Dat de eene Ruiter, aan de linker zyde rydende, het piiïool in de Bakkerftraat gerigt houdende heeft afgefchoten, en vervolgens de Vyzelftraat is opgereden.

Dat terwyl Compt. over dit vreemd geval te denken ftond, hy omringd werdt door verfcheide Officieren en Onderofficieren, waarvan hy den Major Zorreth heeft gekend, die hem vroeg, wie daar had gefchoten, waarop Compt. antwoorder Myn Heer één van de Ruiterpatrouille op 'de linker zyde rydende heeft dat gedaan, waarop hem Compt. werdt toegevoegd, dat is niet waar, dat heeft een Burger gedaan.

Dat hy Compt. daar op gerepliceert had:

Het is waarachtig waar, maar gy behoeft my niet te geloven, voor 't huis van Roukmaker ftaan ook menfchen, die zullen 't zelfde kunnen getuigen, waarop zy alle met den Compt. derwaards waaren gegaan, waar zy bevonden, dat het vrouw Rookmaaker, haar dogter en de meid waaren die het bovsnftaande bevestigden.

Verklarende de Compt. zulks alles naar zyn beste kennis en wetenfchap verklaart te hebben.

Juravit folemniter coram G. W. van Zuilen van Nyvelt Richter, A. van Kesteren en

F. H. Raeber Wethouders. . . den 4 Juny 1705.

No. 31.

Comparuit Hendrik Brants, Geref., van competenten ouderdom en beboorlyk geciteert, verklaarde: dat op den 29 J™y 1787, «namiddags circa twee uur, een troep Soldaten van het Regiment van Sommerlatte m Compt. buis gekomen zyn, die onder allerlei brutale dreigementen

^ 3

Sluiten