Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 75 )

opterichten ten einde het fchieten te beletten?

18.

Of niet de Raadshr. Brantfen hem gedetin. te vooren eens gefproken had over de ontwapening van de

Burgery? .

19.

.Of niet gezegde Raadshr. Brantfen gedetin. op den Nym. Dyk over de ontwapening van de Burgery had gefproken, komende hy gedet. van 't Zwaantje en de Raadshr. Brantfen van Nymegen?

zo.

Of echter zulks niet aan deeze en geene menfehen verhaald had? 21.

Of gedetin. zich niet herinnerde omtrent de ontwapening te hebben geraadpleegd met Capt. Sommerlatte?

22.

Of zelfs toen niet geadvyzeert had, dat vermits het dien Maandag Leeningsdag ware, men voor ditmaal de Soldaten, in plaats van ongewapend, gewapend moest te voorfchyn brengen?

, - " ■ ' K

Antw.

Gedetin. zegt, dat de Raadshr, Brantfen hem eens op Rederoorth gevraagt had, of hy ook den Quartiermr. Gen. Bentinck gefproken had en wat hem die. gezegt had. Dat gedetin. hem geantwoord had, dac de Hr. Bentinck hem een lyst gegeven had om die aftefchryven, van de plundering hoe die te Zutphen was in zyn werk gegaan.

Neen , dat gez. Brantfen hem daarover nooit gefproken bad.

Neen.

Neen.

Neen, dat hebbende hooren {preken van de ontwapening , gezegd had, dat wanneer hy gedetin. zulk eene ontwapening had moeten verrichten, hy zulks zou gedaan hebben op een Maandag, wanneer de Krygsartykelen voorgehouden wierden, om de Soldaten dus, als ordi2 . nair

Sluiten