Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 77 )

was, dat de Heer Bentinck hem gedetin. niet gezegt had, waarover gedetin. hem Brantfen te fpreken had,

perfistit na gedaan recollement

coram Zuilen van Nyvelt Richter,

A. van Kesteren

en

F. II. Raeber Cosf.

VIERDE PRELIMINAIR EXAMEN. Den 26 Juny 1795.

Voorgebracht W. C. Zorreth, verkkarende dat zig herinnert, dat by de patrouille voor het huis van den Burger van Kesteren geweest is, ,en voor die patrouille gegaan heeft, komende uit de Kerkftraat.

Dat een uit zyne patrouille gezegd heeft, flaat aan, en door het kamertje heeft willen fchieten.

Dat hy toen bet Geweer om hoog geflagen heeft, om het vuuren m 't huis te beletten. 1 , fc

Dat vervolgens op de Markt zynde 'er toen een gerugt kwam, dat de Zeepziedery geplunderd wierdt. • , .

Dat toen daar na toe gegaan is met eene patrouille-, doch dat toen op 't huis van Limpers niet gefchoten is, en indien hy met pelottons had laten vuuren, 'er geen raam in dat huis moest heel gebleven zyn.

Heeft geen Geweer opgehaald by Ter Hoeven op den Kleinen Oort.

Dat by zyn weten aldaar ook geen fjerp en ringkraag gevraagd of gehaald is, fchoon hv dit naderhand wel heeft hooren zeggen.

Dat ook niet weet, dat die fjerp en ringkraag aan den Cadet Bisfchop

zyn overgegeven. . , .

Dat wel voor de deur van Ter Hoeven geweest is, en menende, dat

K 2 "aar

Sluiten