Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L * 1

welke zonder voorafgaande permisfie zich zal hebben geabfenteerd, voor zoo veel de Werkbaazen betreft, daadelyk als Werkbaazen worden gedimitteerd, en nimmer tot eenig werk ten behoeve van het gemeen e Land mogen worden geëmploijeerd, en wat de Knegts aangaat, dezelven van de boven toegezegde belooning worden gepriveerd, en door derzelver Baazen van de Winkels verhaten.

Art. 12.

De Opzichter over de Brandfpuiten en Gereedfchappen , zal gehouden zyn aanteekening te houden van de prefenié Werkbaazen, en verdere Geafledleerden tot de Brandfpuiten, zullende aan ieder van de Knegts by het afdanken en het opleezen hunner naamen , door gemelden Opzichter ƒ i-io:- tot eene belooning worden gegeeven.

Art. 13.

De Opzichter over de Brandfpuiten en Gereedfchappen zal zorge draagen , dat in geval van Brand, in den avond of bynagt, denoodige Lantaarnen worden geplaatst voor de Deuren van de Vergaderingen, alsmede in de Galleryën, en voorts eenige Lantaarnen gereed gehouden, gelyk ook, dat een bekwaam getal Toortfen of Lampetten by de hand zyn, om daar het noodig zyn zal, gebruik van te kunnen maaken.

Art. 14.

De Opzichter over de Brandfpuiten en Gereedfchappen , zal de Sleutel of Sleutels der Bewaarplaatfen van dit alles, altoos by zich, of by de hand moeten hebben, en tevens zorge draagen, dat een gelyke Sleutel of Sleutels op eene fecure plaats in zyne wooning worden bewaard, ten einde die by zyne abfentie oogenbliklyk zouden kunnen worden gevonden. Ook zal gemelde Opzichter gehouden zyn te zorgen, dat de Deur van het Brandfpuitenhuis niet worde verfpard, of door het werpen van onreinigheden belemmerd.

Art. 15.

De Opzichter over de Brandfpuiteri en Gereedfchappen

zal

Sluiten