Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< *5 >

Bat aan ons ten dien aanzien, bij 't voorfzi- Reglement Relatief Hoofd-Ingelanden , verbazend wan7voe gelijke tegenftrijdigheden zijn voorgekomen. — Dezelven beflaan hier in :

Art. 8. van het 27. Hoofdftuk des gefanótioneerde Reglements, zegt: „ Hoofd-Ingelanden zullen heb-

ben het Oppergezag over de Finantieelen Staat „ van Rhijnland enz. " , zonder eenige bepaalin g tot wat fomme. — Ondertusichen wordt bij 't voorgaande 7. Artic.d aan Hoog-Heemraaden, de Beftuurende en Uitvoerende Magt gedemandeerd, en, betrekkelijk het Finantieele boven de ƒ 2500 : o : o de mëedewerking en toe/lemming van H->ofd- Ingelanden gerequireerd, terwijl bij Art. 8. her. Oppergezag over den Finantieelen Staat van Rhijnland, aan Hoofdingelanden alléén word toegekend.

Men moet dus veronderftellen, dat bij het 8. Art. meerder bedoeld wordt , als eeri? mëedewerking en toeflemming. — 'Fr wordt gefproken van een' Op* pergezag. — Dan 'er wordt niet bepaald, hoe dac Oppergezag moet worden uitgeoeffend. — Zal dit moeten gelchieden, wanneer Hoog Heemraaden nodig oordeelen Hoofd- Ingelanden , ingevolge het 9. Art. te befchrijven? — maar indien Floog-Heemraaden in tijd of wijle in het begrip .vielen, of vermeinden, dat dit Oppergezag niet te pas komt bene» den de ƒ 2500 : o : o; en boven de ƒ 2500 : o : o maar eene mëedewerking en toefle'mming word vereischt,'ingevolge Art. 7. — Dan wordt het geheele 8. Art., voor zoo veel het van een Oppergezag lpreekt, kragteloos gemaakt, en dus zoude het laatfte Lid van dat Art. betreklijk Extra ordinaire, zaaken, B 5 ook

Sluiten