Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 39 >

Litt. G.

Rapport aan Ingelanden van Rhijnland.

U we Commisfie, rapporteerende over de fiukken in hunne handen gefield om confideratien en ad vis, betrekkelijk de declaiatien van Hoofd Ingelanden, voor de maanden Mam, April en Mey, kunnen de» clareeren, dezelve allen te hebben nagezien en over» wogen, en betuigen in het Rapport van de Burgers Hoog? Heemraaden Mes, Hubert en Stegerhoek, ten dezen opzigte uitgebragt, met genoegen te hebben gezien, dat de zorg tot voorkoming van noodelooze uitgaaf, door Hun in hetzelve wordt in het oog gehouden, en Hemmen gereedelijk toe in de gevolgtrekking , hoe men , naamenlijk, onder geene genoegzaame voldoende redenen, en tot geen wezenlijk nut voor Rhijnlands Ingelanden, de vacatiën, als men dat doen wil, kan vermeerderen. — Uwe Commisfie heeft uit dat rapport gereflecteerd, dat hetzelve vervat aanmerkingen op de declaratien van Hoofdingelanden, en pofidven, die, wanneer dezelve waar zijn, ten reguarde van het Collegie van Hoofd-Ingelanden verre zijn van hetzelve tot eer te kunnen (trekken; maar waren de Ondergeteekenden bij het leezen van dat rapport der Burgers Hoog-Heemraaden Mes, Hubert en Steger hoek, over deszelfs inhoud verwonderd, niet minder waren zij het bij het naleezen der beide Memorien van Hoofd - Ingelanden, waarbij zij Hoofd-Ingelanden, het rapport van die Burgers Hoog - Heemraaden Mes, Hübert en Stegerhoek 'befchouwen als onwaar, en hetzelve verklaaren te zijn als uit een laakenswaardig charader voorkomende.

De Ondergeteekenden kunnen niet ontveinzen, dat het een en ander, in de gemelde fiukken gepofeerd, hun met reden dóet zien en belluiten, dat het er C 4 yerrp

Sluiten