Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv VOOBERIGT van den VERTAAL.

naam ja zelfs een geliefkoosd gedeelte van mijne ambtsbezigheden geweest is, en nog is. Mij daarin naar kinderen te voegen , hunne taal, hunne leiding van gedachten de mijne te rnaaken , dan Avanneer ik onderwees, heb ik, als één der grootfte behoeften voor een onderwijzer der Jeugd, als mijn pligt befchouwd. Wie mij daarin mijne gebreken toont — is mijn Vriend; want hij leert mij nuttiger in mijn

ambt, nuttiger voor kinderen worden.

Verder kan ik den Lezer berigten, dat van dit werkjen reeds drie deeltjens en van het eerfte reeds ééne twede uitgave, beide in 1793 gedrukt, het licht zien; of er meer zullen volgen weet ik niet, Doch zo dit Itukjen bij onze natie wel ontfangen wordt, is de Uitgever ten oogmerk, om ook het twede en derde (tukjen te laten volgen, (en er eenige plaatjes bij te voegen) en in dit geval ben ik niet ongenegen , om een gedeelte van mijn tijd tot de vertaaling van het zelve uittekopen. Misfchien voegen wij er dan eenige oorfpronglijke ftukjens bij..

West zaan dam. 12 Nov. 1794.

HET

Sluiten